Het verhaal van Summer, de zadelrob die in 2016 werd opgevangen in Pieterburen.

In het voorjaar begint Summer haar leven als een pluizige witte pup van tien kilo. Ze wordt dan bijna twee weken gezoogd door haar moeder en komt zo’n vijfentwintig kilo aan, dus ruim 2 kilo per dag. Dit is voor haar moeder een ontzettend zware klus, wat veel van haar energie eist. Summers’s moeder kan in de tussentijd niet echt eten en ze valt dan ook enorm af gedurende die periode. Ze kan na twee weken niet langer voor Summer zorgen en gaat terug naar de kolonie zadelrobben om weer te paren, samen met hen te ruien en weer terug naar de Noorpool te migreren.

Summer wordt dus als kleine pup alleen gelaten om voor zichzelf te zorgen. Hier is ze in het begin nog niet heel goed in. Ze wacht op haar moeder om terug te komen, maar ondertussen krijgt ze toch wel honger. Na een week zonder eten begint ze te verharen. Haar pluizige witte vacht maakt plaats voor een kortere, grijze vacht met zwarte vlekken. De honger begint dan echt de overhand te krijgen en iets zegt haar dat ze voor eten in het water moet zijn. Als ze een mooi plekje heeft gevonden om te water te gaan, moet ze nog leren zwemmen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want haar moeder heeft haar niets geleerd over zwemmen of jagen voordat ze Summer verliet.

In het begin wil het zwemmen niet zo. Ze slaat met haar flappen op het water, gedrag waar pups van haar leeftijd de naam “beater” aan ontlenen. Dit helpt haar langzaam maar zeker te ontdekken hoe dat zwemmen in elkaar zit. Vier weken nadat ze is verlaten door haar moeder is het dan zo ver: ze maakt haar eerste echte duik. Ze schuift van het ijs het koude water in, en ineens gaat het zwemmen goed. Nu heeft haar hongerige lichaam voedsel nodig. Dan begint voor Summer een zware periode. De eerste week vangt ze weinig, hier en daar een visje. Het zwemmen en jagen vergt veel energie, en ze is al de helft van haar lichaamsgewicht verloren sinds haar moeder haar verliet. Maar ze leert veel en na een week wordt ze steeds beter. Ze vangt meer vis en wordt snel zwaarder. Ze heeft het gered, het moeilijkste is achter de rug. Na een jaar is ze veel gegroeid en is ze geen pup meer.

Ze is bij lange na nog geen volwassene, maar ze heeft het jagen volledig onder de knie. Ze ziet haar oudere soortgenoten in het najaar op migratie vertrekken, maar blijft zelf liever in het Noorden met de andere zadelrobben van haar leeftijd. Daar kan ze nog veel vis vangen en sterker worden. Ze vlekken op haar grijze vacht worden met iedere rui iets groter. Summer en andere zadelrobben krijgen na hun eerste levensjaar de naam “bedlamer” tot ze geslachtsrijp zijn.

Als ze vijf jaar is verandert er weer iets. Ze is nog steeds lichtgrijs met de steeds groter wordende zwarte spikkels, maar heel licht is de harpvorm op haar rug al zichtbaar. Ze is geslachtsrijp geworden, wat betekent dat ze nu zelf ook pups kan krijgen. In de komende jaren zullen de markeringen op haar rug steeds meer op die van een volwassen zadelrob gaan lijken.

migratie zadelrobZe besluit om mee te gaan met de migraties. Van het hoge noorden zwemt ze dan met een groep zadelrobben mee naar de ijsvelden ten zuiden van Groenland. Mannetjes tonen al wel interesse in haar, maar ze wacht nog. Ze brengt haar winters in het broedgebied door en gaat ze door de rui met haar soortgenoten. In het voorjaar reist ze dan weer naar de Noordpool om daar te jagen en van de zomerse noordpoolzon te genieten. Als ze acht jaar is, vindt ze dat ze er klaar voor is. Haar grijze gespikkelde vacht heeft inmiddels plaats gemaakt voor de mooie zilvergrijze met de bekende donkere markeringen op haar rug. Dus in plaats van gewoon een beetje te jagen en te ruien, gaat ze nu op zoek naar een sterke mannelijke zadelrob om mee te paren. Het duurt niet lang voor ze interesse toont in een mannetje. Hij is een beetje aan het vechten met een ander zadelrobmannetje, en blijkt de sterkste van de twee. Dus, omdat het in het dierenrijk belangrijk is om als man een beetje macho te zijn, kiest Summer ervoor om met hem te paren.

Ze brengt een korte tijd met haar nieuwe liefde door en ze paart met hem. Daarna is het wel weer gedaan met de romantiek, en gaan ze uit elkaar. Summer is wel bevrucht, maar haar lichaam is uitgeput van de lange reis daarheen en heeft alle reserves die het heeft nodig om te ruien en terug naar het noorden te gaan. Een zwangerschap zou op dat moment te gevaarlijk zijn voor haarzelf, en haar pup zou het dan nooit overleven. Dus nestelt het eitje zich pas na drie maanden in de baarmoeder, waarna de draagtijd acht maanden is. Dat verlate innestelen van het bevruchte eitje heet diapauze en komt bij vrijwel alle zeehondensoorten voor. Het is voor een zadelrob als Summer extra voordelig, omdat het betekent dat zij haar pup het daaropvolgende jaar op sterk pak ijs kan achterlaten.

Na de paartijd is het tijd om te ruien en weer naar de jachtgronden op de Noordpool terug te keren. Daar eet Summer de hele zomer zoveel mogelijk, zodat ze aankomt en sterker wordt. Want ze eet nu niet meer alleen voor zichzelf, maar ook voor de pup die langzaam groter wordt in haar baarmoeder.

Als ze zich de hele zomer heeft volgepropt met vettige vis, is het eind september weer tijd om samen met de andere volwassen zadelrobben naar hun broedgebied te migreren. Summer is sterk genoeg om de reis te maken én om haar pup te baren. Ze zoekt een geschikt plekje uit op het ijs, tussen de andere vrouwtjes uit haar groep. Dan is ze klaar om haar pup te krijgen. Met wat moeite lukt het haar om de 80 cm lange, tien kg wegende pup eruit te persen. Ze likt hem een beetje schoon en geeft hem zijn eerste melk. Het beestje is eerst nog een beetje gelig, maar na een paar dagen is ook hij mooi wit en pluizig.

Summer zorgt ongeveer 12 dagen voor haar pup en laat hem dan achter op het ijs, net zoals haar moeder bij haar deed. Ze is dan een groot deel van haar lichaamsgewicht kwijt en zal moeten aansterken voordat ze de reis terug naar het jachtgebied kan maken. Ze voegt zich bij de groep volwassen zadelrobben die zich verzamelen voor het paarseizoen. Summer jaagt wat om wat meer op gewicht te komen en ondertussen strijden de mannetjes weer om aandacht door met elkaar te vechten en naar de vrouwtjes te roepen. Summer zoekt weer een geschikt mannetje en paart met hem. Daarna is het weer tijd voor de rui en de tocht terug naar het noorden. Haar pup moet zich nu alleen redden.

Zo gaat het jarenlang door. Summer migreert om pups te krijgen en te paren, om daarna weer naar de Noordpool te reizen en vis te eten. Maar dan gaat het mis en komt ze terecht in het vreemde water van de Noordzee en uiteindelijk in de plakkerige slik van de Waddenzee. Ze is moe en uitgemergeld. Hoe is ze daar beland?

Misschien drijft ze tijdens een migratie te ver af van haar normale route, maar blijft ze zwemmen in de hoop dat ze haar weg terug vindt. Summer raakt volledig de weg kwijt en komt veel verder zuidelijker terecht dan waar ze zou moeten zijn. Eindelijk strandt ze dan in een vreemd gebied, veel warmer dan zij gewend is.

Het is onduidelijk waarom Summer precies in Nederland terecht is gekomen. Gezien de periode waarin ze is gevonden, zou het kunnen zijn dat ze gedurende haar migratie naar het zuiden in een verkeerde zeestroming terecht is gekomen. Het is mogelijk dat ze naar het zuidoosten van Groenland reisde en in de warme stroming richting de Noordzee belandde, in plaats van in de koude zeestroming richting Groenland.

Wat er ook met haar gebeurd is, het moet heel zwaar geweest zijn. Een volwassen zadelrob zou rond de 140-150 kilo moeten wegen, alleen woog Summer maar 60 kilo toen ze bij het zeehondencentrum werd binnengebracht.

Gezien de tijd van het jaar had ze ook zwanger moeten zijn. Summer is dat nu echter niet. Het zou dus kunnen dat zij gedurende haar zwerftocht te veel afviel en daardoor haar pup is kwijtgeraakt, of dat ze al zo lang rondzwerft dat ze het paarseizoen heeft gemist.
Hoe dan ook is Summer heel ver weg van haar thuis in het Arctische gebied en is het belangrijk dat ze daar een weg terug naartoe kan vinden. Het zeehondencentrum zal proberen te helpen door haar zo gezond mogelijk te maken tijdens haar verblijf in Pieterburen en haar daarna een eind op weg te helpen naar de Noordpool. Hopelijk kan ze dan haar eigen zadelrobpopulatie terugvinden en haar leven weer voort zetten als een wilde zadelrob.

Lees ook: Dossier Summer

Bronnen
Perrin, W.F. & Würsig, B. & Thewissen J.G.M. (2008) Harp Seal. In Encyclopedia of Marine Mammals (2nd ed., pp 560-562). San Diego, CA.