De familie zeehonden (ook wel robben genoemd) omvat negentien verschillende soorten die over de hele wereld voorkomen. De meeste soorten zijn op de Noord- en Zuidpool te vinden, maar er zijn ook soorten die in warmere kustwateren leven. Ze leven vooral in het water en komen op het land om uit te rusten, te paren om pups te krijgen.

Zeehonden hebben geen uitwendige oorschelpen, hebben een relatief korte nek en een lang lichaam. Hun achterflappen zijn korter dan die van andere families en kunnen niet onder het lichaam worden gevouwen om of te lopen. Hierdoor zijn zeehonden op het land minder wendbaar. Bij de meeste zeehondensoorten is op het eerste gezicht er weinig verschil te zien tussen de mannetjes en de vrouwtjes, hoewel sommige soorten een kleur- of grootteverschil hebben.

De meeste zeehondensoorten leven een vrij solitair bestaan, waarin ze alleen jagen en zwemmen. Tijdens het paarseizoen verandert dit echter, want de dieren komen dan in groten getale bij elkaar om te paren en pups te baren. Na het paarseizoen verharen de zeehonden vaak samen, om vervolgens hun eigen weg weer te gaan. De draagtijd van een zeehond is gemiddeld elf maanden, waarna vlak voor het paarseizoen een pup geboren wordt.

Zeehonden zorgen maar heel erg kort voor hun pups. De zeehondenpups worden, afhankelijk van de soort, gedurende een week tot een maand vetgemest met heel erg vette melk. De moeder eet gedurende de zoogperiode heel weinig, omdat ze haar pup in een korte periode heel veel moet voeren. Nadat de pup zo’n drie keer in gewicht is toegenomen, worden ze abrupt verlaten door de moeder. De zeehondenpups moeten dan vaak zelf leren zwemmen en jagen, want ze leren vrijwel niets van hun moeder.

Zeehonden worden vaak tussen vijf en zeven jaar geslachtrijp, maar dat verschilt per soort. Hoe oud een zeehond kan worden verschilt en ligt tussen 25 tot 35 jaar.

Foto: Seehundstation Friederichskoop