Daarna splitst de stamboom van de zeehond zich af in de Pinnipedia, de vinpotigen. Dit zijn zoogdieren die in de zee naar hun prooi jagen. Ze hebben flippers in plaats van poten en hun relatief grote, kegelvormige lichamen zijn uitstekend aangepast op een leven in het water. Ook hebben alle families gemeen dat ze een dikke laag blubber onder hun huid hebben en hun staarten maar heel kort zijn.

De drie families van de vinpotigen zijn de Phocidae (zeehonden), Otariidae (oorrobben) en Odobenidae (walrussen).

Vinpotigen zijn semi-aquatisch. Een moeilijke term om uit te leggen dat ze voor een deel (semi) in het water (aqua) leven. Dat betekent natuurlijk ook dat ze voor het andere deel op het land leven. Deze twee leefgebieden worden op verschillende manieren gebruikt. Het water is het jachtgebied waar ze het meeste tijd doorbrengen, daar vinden ze vis, schelp- en schaaldieren en andere lekkernijen. Het droge is de geboorte en zoogplaats maar wordt soms ook gebruikt om een beetje uit te rusten wat op te warmen en te paren.

Om in het water te jagen heb je meer nodig dan flippers en een gestroomlijnd lichaam. Vinpotigen kunnen niet alleen sneller zwemmen maar ook veel langer en dieper duiken dan de meeste andere zoogdieren. Betere zwemmers vind je alleen bij de walvisachtigen, die helemaal niet meer aan land komen.