Auteur: Alexander Eberlei

Werelderfgoedcentrum Waddenzee

Nieuws

We hebben feestelijk nieuws! In 2023 start de bouw van Werelderfgoedcentrum Waddenzee. In 2025 verhuizen we naar Lauwersoog om te werken aan een bredere missie.

Bekijk ook

  • Werelderfgoedcentrum Waddenzee

  • Werelderfgoedcentrum in haven Lauwersoog

  • Dak Werelderfgoedcentrum Waddenzee

In 2023 begint de bouw van het nieuwe Werelderfgoedcentrum Waddenzee in Lauwersoog, dat we in 2025 feestelijk zullen openen. Een spiksplinternieuw gebouw, waar wij niet alleen ons werk mogen voortzetten, maar ook mogen uitbreiden. In 50 jaar hebben we veel bereikt voor de zeehond. Maar we weten ook zoveel meer over haar leefomgeving, het UNESCO Werelderfgoed de Waddenzee. De Waddenzee zien we als graadmeter voor het totale ecosysteem, waar ook wij als mens deel van uit maken. 

Een inkijkje in Werelderfgoedcentrum Waddenzee

UNESCO Werelderfgoed de Waddenzee

Het Werelderfgoed Waddenzee is het grootste aaneengesloten getijdengebied van de wereld. Een uniek gebied dat als enige van ons land de status van UNESCO Natuurlijk Werelderfgoed heeft. In het Waddengebied kun je bij uitstek ervaren hoe waardevol, complex en uitdagend de relatie van de mens met de natuur is. Onze unieke werkwijze, kennis en 50 jaar aan ervaring in de zeehondenopvang en -zorg nemen we mee naar Lauwersoog. Daarmee gaan we bouwen aan een nieuwe en betere bewustwording van de relatie tussen mens en natuur. En we nodigen je uit om samen met ons aan deze relatie te werken. Nieuwsgierig? Op de projectwebsite van het Werelderfgoedcentrum Waddenzee leer je meer over het nieuwe centrum en kun je alvast een beetje van de sfeer proeven.


Op deze pagina

UNESCO Werelderfgoed de Waddenzee

Lees verder

Lees verder

Gewone zeehond

Kennisbank

Wetenschappelijke naam: Phoca vitulina
Familie: Phocidae
Grootte: man: 1,60 meter; vrouw: 1,50 meter
Gewicht: man: 87 kilo; vrouw: 65 kilo
Voorkomen: gehele Noordelijke halfrond
Bedreigde status: niet bedreigd

Bekijk ook

  • Gewone zeehond moeder en pups

  • Gewone zeehonden in de Waddenzee

  • Zeehonden rusten op zandbank

“De Engelse naam van de gewone zeehond verklapt waar deze soort veel voorkomt”

Uiterlijke kenmerken van de gewone zeehond

De gewone zeehond heeft een vrij ronde kop en een stompe snuit. De neusgaten zijn een v-vorm. Hun gezicht lijkt daarmee wel een beetje op dat van een kat. Hun vacht is heel kort, glad en heeft een lichtbruin of grijze kleur met donkere vlekken erop. Het vlekkenpatroon is bij iedere zeehond uniek. Dit kun je vergelijken met de vingerafdruk van de mens.

De gewone zeehond is in vergelijking met andere zeehondensoorten relatief klein. In Nederland kunnen de mannetjes gemiddeld 160 cm lang worden en 87 kg wegen. De vrouwtjes worden gemiddeld 148 cm lang en wegen 65 kg. De gemiddelde grootte van de gewone zeehond verschilt per regio.

In Japan bijvoorbeeld, leeft een gewone zeehondenpopulatie die een stuk groter worden. Namelijk 186 cm lang en tussen de 87 en 170 kg voor de mannetjes en 169 cm lang en tussen 65 en 142 kg voor de vrouwtjes.

In het wild worden gewone zeehonden zo’n 20 – 30 jaar oud. In gevangenschap kunnen ze nog ouder worden. Zo verbleef gewone zeehond “Piet” zijn hele leven in Ecomare op Texel, tot hij op 41-jarige leeftijd in 2009 overleed.

Geslachtsverschillen

Er zijn weinig verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes. Dit komt omdat hun vachten dezelfde kleur hebben en ze bijna even groot zijn.

Wist je dat…

Gewone zeehonden zwemmen regelmatig rivieren op en kunnen daar lange tijd blijven, voordat ze weer teruggaan naar zee. Zo heeft in 2022 een gewone zeehond wel eens een maand lang geleefd in een uitloper van de Lek in Gelderland.

Verspreiding en status

De Engelse naam van de gewone zeehond is “common seal” of “harbour seal” (haven zeehond). Dat zegt al veel over waar deze soort voorkom. De gewone zeehond leeft vrij dicht bij de kust en is daarom ook wel eens in havens te zien.

Het leefgebied van de gewone zeehond verspreidt zich over het hele noordelijk halfrond maar ze blijven altijd dicht bij de kust.

De gewone zeehond wordt niet als een bedreigde diersoort gezien. De populatie wereldwijd door bestaat volgens IUCN, de internationale natuurbeschermingsorganisatie, uit zo’n 600.000 gewone zeehonden. Dat aantal is groot genoeg en zorgt ervoor dat de wereldpopulatie stabiel is. Dit betekent dat er geen ingrijpen nodig is zodat het soort blijft bestaan.

De gewone zeehond in Nederland

Jaarlijks worden er zo’n 8.000 gewone zeehonden in Nederland geteld en wetenschappers schatten daarmee dat zo’n 10.000 gewone zeehonden van Nederlands water gebruik maken.

Wist je dat…

Er twee soorten zeehonden in Nederland leven? De gewone zeehond is er een van. Weet jij de andere? Je vindt hem hier.

De grootste populatie zeehonden leven in het Waddengebied. Daar gebruiken ze de zandplaten om uit te rusten, zich voort te planten en pups te baren. Jagen en eten doen ze in de Noordzee. In Zeeland leven ook gewone zeehonden, maar een stuk minder dan in het Waddengebied. Daar leven ze vooral op zandplaten in de Oosterschelde en langs de Noordzee kust.

De laatste jaren is het aantal zeehonden dat in Nederland en in de hele Waddenzee jaarlijks geteld wordt min of meer gelijk. In Nederland was het vrij kortgeleden nog zo dat de populatie gewone zeehonden in gevaar was. Tot het jaar 1962 werd er nog veel gejaagd naar de gewone zeehond. Ook zijn er in 1988 en 2002 uitbraken van het zeehondenvirus (Phocine Distemper Virus) geweest waarbij de helft van de populatie stierf. In beide gevallen krabbelde de populatie weer snel op.  Ook met de hulp van opvangcentra langs de hele Waddenzee kust.

Dieet en foerageren

De gewone zeehond is een opportunistische jager. Wat we daarmee bedoelen: de soort is flexibel als het gaat om waar en waarop hij jaagt. Zo kunnen ze dicht bij hun rustplaats op zoek gaan naar voedsel. Maar soms gaan ze ook kilometers er vandaan, dicht bij de kust, of verder de zee in op jacht. Ze kunnen tot wel meer dan 500 meter diep op zoek naar hun prooi.

Bovendien jagen ze niet op één bepaalde soort vis, inktvis of garnaal. Het dieet varieert dus sterk, afhankelijk van de regio en het seizoen. In Nederland jagen ze vooral op kleine tot middelgrote vissensoorten. Zoals kabeljauw, heek, makreel, haring, sardines, smelt, elft, lodde, zandspiering, donderpad, verschillende platvissen en zalmsoorten. Naast die vissoorten jaagt de gewone zeehond ook vaak op inktvissen en kreeftachtigen, denk bijvoorbeeld aan garnalen en krabben.

Wist je dat…

De gewone zeehond ook zonder zicht, bijvoorbeeld in troebel water, heel goed kan jagen?

De gewone zeehond gebruikt, net zoals veel andere zeehondensoorten, zijn snorharen om prooi te vinden. Deze snorharen zijn supergevoelig en kunnen de kleinste bewegingen waarnemen. Door de geribbelde vorm (anders dan de gladde snorharen zoals waarschijnlijk wel eens bij een kat of hond hebt gezien), zijn de snorharen zo gestroomlijnd dat ze bijna vloeiend door het water glijden.

Dankzij onderzoek weten we dat de gewone zeehond zelfs nog trillingen in het water voelt als een vis al een tijdje eerder is weggezwommen. Ze gebruiken hun snorharen dus op een vergelijkbare manier als echolocatie bij walvissen en dolfijnen: door trillingen van geluidsgolven in het water op te vangen. Bij zeehonden gaat het om bewegingen in het water.

Gedrag van een gewone zeehond

Gewone zeehonden zijn solitaire dieren. Dat betekent dat ze het liefst alleen zijn. Op het land willen ze nog wel in groepen liggen, omdat de kans dan groter is dat ze roofdieren eerder aan zien komen. Ze blijven ook bijna altijd dicht bij de waterrand liggen, zodat ze snel kunnen vluchten als ze verstoord worden. Dit doen ze bij de minste bedreiging vaak al.

Heb je wel eens een zeehond zien ‘zwaaien’? Hij doet dit niet om gedag te zeggen. In tegendeel: het is een dreigement. Met dit zwaaien wil de zeehond zeggen dat als de bedreiging dichterbij komt, hij het risico loopt gekrabd te worden met de lange nagels aan de voorflipper.

Tegen het eind van de zomer/begin van de herfst liggen de gewone zeehonden vaker op het land. Ze liggen dan in grotere groepen bij elkaar. Ze zijn namelijk twee tot drie maanden na het paarseizoen in de rui: dan krijgen ze een nieuwe vacht.

Voortplanting bij gewone zeehonden

Paren en paargedrag

Gewone zeehonden paren in het water, rond de tijd dat de pups klaar zijn met zogen (eind van de zomer). Mannetjes strijden met elkaar om vrouwtjes. Dit doen ze door middel van geluid maken, duiken en met elkaar te vechten. Dit noem je “lek” gedrag. Mannetjes paren vaak met meerdere vrouwtjes.

Diapauze en zwangerschap

Net zoals bij alle zeehondensoorten, is er na de bevruchting een diapauze. Een diapauze betekent dat er een tijd tussen bevruchting en de echte zwangerschap zit. Bij de gewone zeehond duurt de diapauze tot 2,5 maanden. Hierna verplaatst het bevruchte eitje zich in de baarmoeder. De totale zwangerschap (inclusief diapauze) duurt 10,5 maanden.

Bij de meeste zeehondensoorten wordt meer dan 85% van de vrouwtjes ieder jaar zwanger. Vanaf het moment dat de gewone zeehonden geslachtsrijp zijn, blijven ze hun hele leven vruchtbaar.

Geboorte- en zoogperiode

Pups van de gewone zeehond worden in de zomer op land geboren. Deze pups kunnen vrijwel direct na de geboorte al het water in, wat vaak wel moet als het vloed wordt. In het water hangen de pups dan vaak aan de rug van de moeder. Het geboorteseizoen van de gewone zeehond in Nederland duurt van juni tot en met juli.

Wist je dat…

Pups van de gewone zeehond in de eerste 4 weken 17 kilo aankomen?

De pups worden 4 weken lang door de moeder gevoed met melk dat ongeveer 40% vet bevat. De pups komen dan sterk aan. Ze gaan van 8 kg bij de geboorte, naar 25 kg in 4 weken. Hierna worden ze opeens verlaten en moeten ze zelf leren jagen. Het instinct van zeehonden om dit zelf te leren is gelukkig heel sterk.


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Ecosysteem

Kennisbank

Als je een bepaald natuurgebied onder de loep neemt en wilt weten hoe alles daarin samenleeft, dan spreken we over een ecosysteem. De Waddenzee is een voorbeeld van een ecosysteem. Wat een ecosysteem is, wat erin leeft en wat onmiskenbare elementen zijn zoals een voedselweb en balans; dat lees je op deze pagina.

Bekijk ook

Wat is een ecosysteem?

Een ecosysteem is een natuurlijk systeem met alle organismen die in dat systeem leven. Zo’n ecosysteem kan zo groot zijn als een bos. Of je zoomt in op iets kleins zoals de vijver in jouw tuin. Alles binnenin zo’n ecosysteem hangt op een bepaalde manier met elkaar samen. 

Wat leeft er in een ecosysteem?

Een ecosysteem bestaat uit alle levende en niet-levende onderdelen in dat gebied. In de biologie noemen we dat de biotische en abiotische factoren. De biotische factoren zijn alle levende wezens in dat gebied en welke invloed ze op elkaar hebben. Daar horen alle organismen zoals dieren, planten, schimmels en bacteriën bij die in dat specifieke ecosysteem voorkomen.

Naast alles dat leeft bestaat een ecosysteem dus ook uit niet-levende onderdelen. Zij hebben invloed op al die de levende wezens. Dit zijn de abiotische factoren. Hierbij kun je denken aan:

  • water
  • zonlicht
  • lucht
  • bodem
  • temperatuur

De Waddenzee is een ecosysteem

De Waddenzee kun je beschouwen als een ecosysteem! Met de Waddenzee wordt de zee tussen de kust van Nederland, Duitsland en Denemarken en de bijbehorende Waddeneilanden bedoeld. Zo staan onder andere alle zeebewoners , de zeebodem, het zeewater en de zeelucht in relatie met elkaar.

Eten en gegeten worden

Alles wat leeft heeft energie nodig om in leven te blijven. Om aan energie te komen moet je eten. Dat kunnen planten, dieren of een combinatie ervan zijn. In de Waddenzee zijn honderden soorten die elkaar opeten of opgegeten worden. Je bent of de prooi of het prooidier. Om dit in beeld te brengen kun je een voedselweb  maken.

Balans in een ecosysteem

Alles binnen zo’n voedselweb heeft direct of indirect met elkaar te maken.  Als een van de soorten wegvalt dan heeft dat invloed op het hele ecosysteem. Neem bijvoorbeeld plankton. Plankton is geen voedsel voor een zeehond. Maar als het slecht gaat met het plankton, dan zal het uiteindelijk ook slecht gaan met de zeehond. Dat zit zo: de zeehond eet vissen op, de vissen eten garnalen op en de garnalen eten plankton op. De aanwezigheid van plankton heeft dus impact op de gehele voedselketen. Als het slecht gaat met plankton, kan de volledige voedselketen instorten. Het is belangrijk dat een ecosysteem in balans blijft.

De Waddenzee heeft een complex maar ook kwetsbaar ecosysteem. Er zijn verschillende bedreigingen waar de Waddenzee mee te maken heeft. Veel van die bedreigingen komen door de mens. Wij vertellen je hier meer over op deze pagina. 


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Vinpotigen (Pinnipedia)

Kennisbank

De vinpotigen (Pinnipedia) zijn een groep zeezoogdieren die uit drie families bestaat: de zeehonden (Phocidae), de zeeleeuwen (Otariidae) en de walrus (Odobenidae). Het zijn allemaal leden van de orde Carnivora, de vleesetende zoogdieren. 

Deze orde kan worden opgesplitst in twee onder-ordes: de katachtigen (Feliformia) en de hondachtigen (Caniformia). Vinpotigen horen bij die laatste groep: de hondachtigen. Ze delen een voorouder met de marterfamilies (Mustelidae). Deze voorouder zal een beetje op een otter geleken hebben.

Bekijk ook

  • Zeehond in zee

  • Zeeleeuw op het strand

  • Grijze zeehonden op het strand

Wist je dat…

De poten van zeehonden flippers heten?

Hoe zien vinpotigen eruit?

Vinpotigen hebben allemaal een lang lichaam met grote borstkas en smal uitlopend achterlijf. Hun belangrijkste kenmerk is de vorm van de poten. Hier hebben ze ook hun naam aan te danken. De poten van vinpotigen zijn kort met erg lange vingers en tenen. Tussen de vingers en tenen zitten zwemvliezen, waardoor hun poten meer op vinnen lijken.

Omdat ze een groot deel van hun leven in het koude water leven, hebben vinpotigen een dikke laag blubber. Hun huid is ook bedekt met een korte, dichte vacht. Zo blijven vinpotigen warm. Dat kunnen ze goed gebruiken in het koude water of in de ijzige gebieden waar ze soms leven. 

Hoe bewegen vinpotigen?

Sommige zeezoogdieren, zoals walvissen, leven alleen maar in het water. Vinpotigen zijn anders. Zij leven (groten)deels in het water en deels op het land. Ze hebben allemaal een eigen manier van bewegen, zowel op het land als in het water.

Meestal gebruiken vinpotigen het land om te rusten, verharen, paren, en om pups op te voeden. Maar hun leven speelt zich vooral in het water af. De meeste vinpotigen kunnen dagenlang in het water zijn om te jagen en eten. Ze kunnen zelfs in het water slapen. Sommige soorten paren ook in het water.

Omdat ze op deze manier leven, noemen we vinpotigen semi-aquatisch. Letterlijk betekent dat half in het water.

Onder water

Alle vinpotigen zijn onderwater het meest wendbaar. Door hun bouw kunnen ze zich daar veel sneller verplaatsen. Dit is wel handig, want hun voedsel is allemaal in het water te vinden!

Zeehonden onder water
Tijdens het zwemmen houden zeehonden (Phocidae) hun achterflippers tegen elkaar aan. Ze bewegen hun achterlijf dan heen en weer om zich door het water te duwen. Als je een zeehond ziet zwemmen, maken ze een beetje dezelfde beweging als een vis. Hun voorflippers zijn vooral bedoeld om te sturen, niet om vaart te maken.

Walrussen onder water
Walrussen (Odobenidae) zwemmen op dezelfde manier als zeehonden, dus door hun achterflippers heen en weer te bewegen. Ze gebruiken hun voorflippers om te sturen en om te peddelen.

Zeeleeuwen onder water
Zeeleeuwen (Otariidae) hebben een andere manier om te zwemmen. Ze hebben veel langere en sterkere voorflippers dan zeehonden, en gebruiken deze juist om vaart te maken. Ze bewegen de voorflippers op en neer, waardoor ze zichzelf door het water duwen. Het lijkt op de manier waarop een vogel door de lucht vliegt. Zeeleeuwen zijn een stuk wendbaarder dan zeehonden en walrussen, maar kunnen minder lang zwemmen.

Over land

Omdat hun lichamen goed zijn aangepast voor een leven in het water, zijn vinpotigen op het land een stuk minder wendbaar. Maar er zit wel een verschil tussen de families in hoe gemakkelijk ze zich op land voortbewegen.

Zeehonden op het land
Zeehonden kunnen hun achterflippers niet naar voren vouwen. Door de bouw van hun lichaam wijzen die altijd naar achteren. In plaats van te lopen, bewegen ze meer als een rups. Ze tillen hun rug omhoog waardoor hun achterkant een beetje naar voren komt. Dan duwen ze zich met de achterkant van hun lichaam af. Door dit vaak en snel achter elkaar te doen, lijkt het net of de zeehond een beetje stuitert. 

Walrussen op het land
De walrus (Odobenidae) kunnen wel de achterflippers naar voren vouwen. Maar hun lichamen zijn te groot en zwaar om van de grond af te tillen. In plaats van echt te lopen, schuiven ze op hun buik over het land door op hun flippers te steunen.

Zeeleeuwen op het land
Zeeleeuwen (Otariidae) zijn op het land het meest beweeglijk van de drie families. Met hun voor- en achterflippers hijsen hun hele lichaam van de grond (waarbij ze de achterflippers onder hun lichaam naar voren vouwen). Zo kunnen zeeleeuwen op vier poten lopen, en zelfs galopperen!

Hoe leven vinpotigen?

Het dieet

De zee is waar vinpotigen hun voedsel vandaan halen. Ze jagen daar op allerlei dieren. De meeste vinpotigen zijn opportunistische jagers. Dit betekent dat ze vrijwel alles eten wat ze kunnen pakken. Over het algemeen gaan ze voor vissen, inktvissen, schaal- en schelpdieren die ze heel kunnen doorslikken. Maar soms zullen er een paar zijn die ook achter grotere dieren aan gaan, zoals zeevogels en kleine zeezoogdieren.

In groepen of alleen

De meeste vinpotigen zijn erg sociaal. Buiten het paarseizoen liggen walrussen en zeeleeuwen op het land vaak in enorme groepen bij elkaar. Grote groepen van dezelfde diersoort heten kolonies. Zeeleeuwen jagen soms ook in kleinere groepen. Ze werken dan samen om scholen vis bij elkaar te drijven.

Walrussen eten vooral schelpdieren die in de zeebodem leven. Ze zullen tijdens het eten in groepjes bij elkaar blijven, maar hebben elkaar niet nodig om te jagen.

Bij zeehonden verschilt het per soort of ze in groepjes of alleen leven, maar de meeste zeehondensoorten jagen alleen.

Paarseizoen

Tijdens het paarseizoen komen vinpotigen in grote aantallen op het land of op het ijs bij elkaar om te paren. Dit doen ze meestal met meerdere partners. Vinpotigen dus polygaam. Bij zeeleeuwen, walrussen en sommige zeehondensoorten zal een mannetje een groep met meerdere vrouwtjes om zich heen hebben. Zo’n groep heet een harem. Het mannetje verdedigt zijn harem tegen andere mannetjes en heeft dan het recht om met al die vrouwtjes te paren.

Pups

Vinpotigen krijgen één pup per keer. Tweelingen zijn extreem zeldzaam. Mocht dat wel gebeuren, dan zou een tweeling in de meeste gevallen niet overleven. verschilt per familie en per soort, maar het zijn altijd de vrouwtjes die de pups opvoeden. Mannetjes hebben hier niks mee te maken.

Zeeleeuwen en zeehonden krijgen bijna ieder jaar weer een pup. Walrussen zorgen veel langer voor hun pup. Zij krijgen één pup per 4-5 jaar.


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Meld een zeehond. Een zeehond in nood gezien? Bel 0595 526 526 (24 uur per dag bereikbaar). Lees meer.