Bewoners van de Waddenzee

Kennisbank

In het Waddengebied leven heel veel verschillende planten en dieren. Hoeveel van deze soorten zou je kunnen opnoemen? Misschien kom je wel tot een stuk of 5 soorten, of zelfs meer! Maar wist je dat er wel 10.000 soorten in zee en op het land leven? De helft hiervan leeft (deels) in zee¹. Op deze pagina maak je kennis met een aantal van deze zeebewoners. 

Bekijk ook

  • Kokmeeuw - Waddenzee

  • De wadpier leeft in de bodem van de zee

  • Brandganzen

  • De zeehond is de graadmeter van de zee

Planten van de zee

In zee leven allerlei soorten planten. Alleen zien ze er anders uit dan je misschien gewend bent van de landplanten 

Vaste planten in de Waddenzee 

Er bestaan planten die vastzitten aan de bodem van de zee. Zo heb je de bekende zeewieren, die je wel eens aangespoeld ziet op het strand. Een minder bekende plant is zeegras: dit is een plant die in de Waddenzee veel voorkwam, maar waar het sinds 1930 ontzettend slecht mee ging door onder andere de wierziekte en de bouw van de Afsluitdijk. Er wordt al jarenlang gewerkt aan een project om de zeegrasvelden te herstellen in de Waddenzee.²

Zeewier - Waddenzee

Zwevende platen in de Waddenzee

Daarnaast heb je piepkleine planten die in het water zweven. Kleine, maar zeer fijne plantjes: Fytoplankton. Microscopisch kleine planten die in zee zweven en die dus niet vastzitten aan de zeebodem. In totaal zweven ze met miljarden in alle oceanen. Fytoplankton staan aan het begin van de voedselketen in zee en ze zijn daarom onmisbaar. Niet alleen voor het leven in de zee. Fytoplankton maken voor meer dan de helft van het zuurstof aan op aarde!³ Dus ook voor jou zijn ze onmisbaar.

Plankton - zeevonk

Bodembewoners van de Waddenzee 

Op het eerste gezicht lijkt de bodem van de Waddenzee misschien levenloos. Maar niets is minder waar! Zowel in als op de bodem kun je vele bewoners vinden. 

In de bodem

Een van de belangrijkste dieren die in de bodem van de Waddenzee leven is de wadpier. Deze worm leeft in een u-vormige buis in de zeebodem. De wadpier eet fytoplankton op dat in de bodem zit en poept daarna schoon zand uit. Dat zijn de vele hoopjes die je op de zeebodem kan zien als het eb is.

Schone zandhoopjes van een wadpier in de zeebodem.

De wadpier heeft veel buren in de zeebodem. Zo zijn er verschillende schelpdieren die bescherming vinden in de grond. Denk aan kokkels, nonnetjes of de zwaardschede (zie onderstaande foto). Ze graven zich in de bodem, soms tot wel 30 centimeter diep! [4]  

Hoe komen ze dan aan eten? Dat doen ze met behulp van hun sifo’s. Dat zijn een soort slangetjes waarmee ze met de ene sifo water ‘inslikken’ en fytoplankton opeten, en met de andere sifon het water weer uit hun lichaam halen. 

Schelpdieren

Op de bodem

Zeesterren en krabben zijn voorbeelden van soorten die óp de bodem van de Waddenzee leven. Zeesterren klinken misschien erg tropisch, maar ze komen ook zeker in de Waddenzee voor. Zij eten bijvoorbeeld schelpdieren zoals oesters en mosselen op.  

Wist je dat…

Zeesterren op een hele bijzondere manier mossels eten? Met de vele zuignappen die aan de armen vastzitten trekt een zeester de schelp open, duwt zijn maag uit zijn lichaam, de schelp in en eet zo de mossel op. 

In de Waddenzee leven verschillende soorten krabben. Krabben zijn alleseters: ze eten zeewieren, plankton, wormen, kleine schelpdieren en garnalen. Ze eten ook (delen van) dode dieren op. Hun voorste poten zijn de grote scharen. Met deze scharen kunnen ze hun prooi te pakken krijgen, in kleine stukjes scheuren of een schelp kraken.

Een krab op het strand

Zwemmers

Er komen zo’n 140 soorten vissen voor in de Waddenzee. [5] Bekende vissoorten als kabeljauw en haring ken je waarschijnlijk wel. Maar ken je ook platvissen, zoals tong en schol? Zij leven op de bodem van de zee. Zij hebben een goede camouflage, zodat ze niet opvallen. Sommige vissen blijven hun hele leven lang in de Waddenzee, anderen gebruiken deze zee tijdelijk omdat ze op trektocht zijn of ze komen daar alleen voor als ze nog jong zijn. 

Wist je dat…

De Waddenzee ook een leefgebied is voor haaien? De gevlekte gladde haai en de ruwe haai zijn hier voorbeelden van.

Bekijk deze video

In deze video zie je hoe wij in 2016 een gevlekte gladde haai hebben gered.

Wadvogels

Het Waddengebied is van onschatbare waarde voor miljoenen vogels. Veel vogels maken gebruik van de Waddenzee als:

  • pitstop tijdens hun trekvlucht 
  • broedgebied in de zomer 
  • overwinteringsgebied 
  • algemeen leefgebied

Wist je dat…

De Waddenzee door miljoenen vogels wordt bezocht? 

Waarom kiezen ze voor de Waddenzee om te eten, te rusten en om te broeden? Dat heeft te maken met het feit dat de Waddenzee een getijdengebied is. Tijdens laagwater is de Waddenzee een lopend buffet! Als het eb wordt stroomt het water uit de Waddenzee weg en ligt de zeebodem open en bloot. Met hun dunne lange snavel kunnen de wadvogels hun eten uit de bodem halen.  

Scholeksters hameren bijvoorbeeld met hun snavel de schelp open om die te eten. Zodra het weer vloed wordt kunnen de vogels rusten op hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s), de plekken die dan nog droog blijven liggen.  

Onderzoek naar de Waddenzee

Zeeroofdieren

In de Waddenzee zwemmen drie soorten zeezoogdieren rond. Een daarvan is de bruinvis. De bruinvis is een kleine walvissoort die jaagt op vis. De andere twee kun je misschien al wel raden: de gewone en grijze zeehond. Zij staan aan de top van de voedselketen in de Waddenzee. De zeehond is een vleeseter en hun dieet bestaat uit vissen, garnalen, inktvissen en krabben. Er zijn zelfs berichten bekend van volwassen grijze zeehonden die bruinvissen aanvallen [6] en soms zelfs jonge grijze en gewone zeehonden [7]. 

Zeehond onder water


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

zadelrob

Zadelrob

Kennisbank

Wetenschappelijke naam: Pagophilus groenlandicus
Familie: Phocidae
Grootte: man: 1.90 meter; vrouw: 1.80 meter
Gewicht: man: 140 kilo; vrouw: 130 kilo
Leefgebied: Noord-westelijke Atlantische oceaan en het arctisch gebied
Bedreigde status: niet bedreigd

Bekijk ook

  • zadelrob

  • Zadelrob in Zeehondencentrum

  • Zadelrob in zeehondenopvang

“Ingeslikte stenen helpen de zadelrob onder andere met snel diep te duiken.”

Uiterlijke kenmerken van de zadelrob

De zadelrob is een middelgrote zeehondensoort. De lichaamsvorm is wat langgerekt. De soort heeft een spitse snuit met ogen die dichtbij elkaar staan. Maar het meest herkenbare aan de soort is de zadelvormige vlek op de rug. Aan deze vlek dankt de soort dan ook z’n naam. Naast de donkere vlek op de rug heeft de zadelrob ook een donkere kop.

Geslachtsverschillen

Mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes en hebben een duidelijker kleurverschil in hun vacht. Bij mannetjes is deze vlek donker en valt erg op, omdat de rest van het lijf wit is. Bij vrouwtjes verschilt de kleur nog wel eens van donker tot grijs en van wit tot lichtgrijs. Verder is er in het uiterlijk weinig verschil tussen mannetjes en vrouwtjes.

Verspreiding en status

Hoewel het allemaal om dezelfde soort gaat, onderscheiden wetenschappers drie verschillende populaties van zadelrobben in de Noord-Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. Het verschil tussen deze populaties zit vooral in waar ze hun pups krijgen. De drie populaties zijn die van de Noordwest-Atlantische Oceaan, de Noordoost-Atlantische Oceaan en de Barentszzee.

De Noordwest-Atlantische populatie is verder verdeeld in twee grote groepen: de ‘Front’-kudde die werpt voor de kust van Noord-Newfoundland en het zuiden van Labrador, en de ‘Gulf’-kudde die werpt in de zuidelijke Golf van St. Lawrence.

Met ruim 7 miljoen dieren wereldwijd wordt de zadelrob niet als bedreigd gezien. Sterker nog, in sommige gebieden groeien de populaties. Van oudsher kwam de zadelrob ook nog in de Baltische zee voor, maar daar zijn ze uitgeroeid.

Dieet en foerageren

Zoals de meeste zeehondensoorten is de zadelrob “opportunistisch”. Dat betekent dat ze het voedsel eten dat op dat moment het best te pakken is. Ze doen daar niet zo moeilijk over.

Wist je dat…

Zadelrobben in de migratie wel 5.000 kilometer kunnen afleggen per jaar? Dat is net zo ver als  dat je vanuit Nederland naar Egypte zou lopen.

Zadelrobben maken lange trektochten tijdens het jaar. Direct na de paring gaan de zadelrobben op trek, uiteindelijk komen ze altijd weer terug bij de paar- en zooggebieden.

Dit is heel typisch voor deze soort, dat ze lange afstanden zwemmen gedurende het jaar. Dit wordt migratie genoemd. Ze volgen de rand van het ijs en de prooien die ze daar kunnen vinden. Afhankelijk van waar ze zijn, verschilt dus ook hun voornaamste prooi. Onderzoek heeft wel eens laten zien dat ze zeker 67 vissoorten en 70 soorten ongewervelde dieren eten.

Het eerste voedsel voor jonge zadelrobben zijn meestal zwemmende kreeftjes, zoals krill en vlokreeftjes. Zodra de zeehonden ouder zijn en dieper kunnen duiken, worden kreeftachtigen, inktvissen en vissen gegeten.

Gedrag van de zadelrob

Zadelrobben zijn voor zeehonden erg sociaal. Ze zijn altijd in kleine groepjes op het ijs te vinden, maar trekken ook in het water samen op. Het is niet bekend of ze ook in groepen jagen.

In de eerste periode na het zogen zijn de pups nog wel een tijdje alleen, maar later sluiten ze zich dus aan bij de oudere dieren. Op die leeftijd moeten ze ook nog erg uitkijken dat ze niet gepakt worden door ijsberen of poolvossen. Als ze eenmaal volwassen zijn hebben ze daar geen last meer van, maar wordt er nog wel op hen gejaagd door orka’s en grote haaiensoorten, zoals de groenlandse haai.

Voortplanting bij zadelrobben

Paren en paargedrag

Wanneer het vrouwtje klaar is met het zogen van de pup kan ze meteen paren. De mannetjes weten dit, ze vechten in deze periode met elkaar op het ijs om de vrouwtjes. Uiteindelijk paart ze in het water met het mannetje van haar keuze. Direct na de paring start de migratie.

Diapauze en zwangerschap

De bevruchte eicel wordt pas drie tot vier maanden na het moment van bevruchting naar de baarmoeder verplaatst. Dit heet diapauze. Daarna is een zadelrobvrouwtje acht maanden zwanger.

Pups

Wanneer zadelrobben worden geboren wegen ze gemiddeld 11 kilo en zijn ze zo’n 75 centimeter lang. Pasgeboren zadelrobben hebben een witte vacht (de lanugo vacht), die hen warm houdt op het ijs. Nadat de moeder klaar is met zogen, valt de witte vacht uit en krijgen ze een zilverkleurige vacht met een paar donkere vlekken. Dit wordt de beater-pels genoemd.

Wist je dat…

Wanneer zadelrobbenpups leren zwemmen, ze dan met hun staart op het water slaan?

De naam beater (Engels voor slaan) slaat echter niet op de vacht, maar op het feit dat in deze fase de pups leren zwemmen en ze met hun staart op het water slaan. Deze vacht behouden ze de rest van hun eerste jaar. Daarna wordt de vacht meer gevlekt en wordt de zeehond een “bedlamer” genoemd. Naarmate de zeehond ouder wordt, krijgt deze meer vlekken, totdat ze volwassen zijn. Dan verdwijnen de vlekken. Sommige vrouwtjes zullen echter hun hele leven vlekken houden.

Geboorte- en zoogperiode

Zadelrobben maken gebruik van het korte moment in het jaar dat er een dikke laag pakijs is. Op deze ijslaag hebben ze het “land” dat ze nodig hebben om hun jongen te krijgen.

De zoogperiode duurt ongeveer 10 tot 12 dagen. In deze tijd komt de pup meer dan 20 kilo aan. Daarna verlaat de moeder de pup en blijft deze alleen achter op het ijs. Hier begint dan het proces van verharing naar de beater-vacht. Ze blijven zo wel eens tot 6 weken lang liggen, zonder voedsel. In deze extreme gevallen verliezen ze weer de helft van hun lichaamsgewicht. Uiteindelijk zorgt honger er voor dat ze op zoek gaan naar voedsel in het koude arctische water.

Zadelrob in de opvang in Pieterburen

In oktober 2016 vingen wij een zadelrob op. Heel uitzonderlijk, want normaal komt deze zeehondensoort dus niet voor in Nederland. Ze werd ernstig verzwakt gevonden bij Den Oever. Ze woog nog maar 60 kilo, terwijl een volwassen zadelrob tussen de 140-150 kilo moet wegen. Gelukkig kun ze uiteindelijk weer herstellen en vrijgelaten worden. En dat was wel een heel bijzonder moment. Lees het verhaal van zadelrob Summer hier.


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Longwormen

Kennisbank

In het eerste levensjaar is een zeehond vatbaar voor longworminfecties. Na de zoogperiode gaan jonge zeehonden zelf op zoek naar prooi en in deze periode raken zij vaak geïnfecteerd. Een aantal van hen wordt zo ziek dat ze zonder hulp niet kan overleven. 

Bekijk ook

  • Longwormpatient

  • Longwormen bij gewone zeehond

  • Longwormen bij zeehonden

Een longworm is een parasiet die veel schade kan aanrichten aan de longen: de wormen leven op longweefsel en baren er hun larven waardoor de longen steeds verder worden aangetast.

De zeehond krijgt het benauwd en wordt vatbaar voor longontsteking en andere bacteriële infecties. Bovendien kan een zeehond die niet voldoende lucht krijgt niet lang onder water blijven en daardoor moeilijk jagen op voedsel. Het dier raakt verzwakt en kan overlijden.

Geïnfecteerde zeehonden gaan hoesten vanwege de benauwdheid. Bij dit hoesten worden microscopisch kleine larven opgehoest die de zeehond vervolgens ook weer inslikt. Via het spijsverteringskanaal komen deze larven uiteindelijk in zee terecht en daarmee in het voedsel voor kleine zeedieren. Deze dieren worden weer door anderen gegeten en uiteindelijk ook door de zeehond.

Vanuit de maag trekt de longworm door het lichaam van de zeehond naar de longen om daar larven te baren. Zo is de besmettingscirkel rond. Als een dier op tijd gevonden wordt kan het behandeld worden. Een zeehond met een longworm infectie is te herkennen aan verschijnselen als een moeizame ademhaling, hoge rug en een bebloede bek.

De gemiddelde opvang- periode van een zeehond met een longworminfectie is twee tot drie maanden. Wanneer een zeehond eenmaal genezen is, is hij verder resistent voor deze parasitaire infectie.


Op deze pagina

Longwormen

Lees verder

Lees verder

Publicaties

Kennisbank

Publicaties

• Laura Verga, Marlene G. U. Sroka, Mila Varola. Stella Villanueva and Andrea Ravignani. (2022). Spontaneous rhythm discrimination in a mammalian vocal learner. Biology Letters, 18:20220316https://royalsocietypublishing.org/doi/full/10.1098/rsbl.2022.0316

• David Ebmer, Stephan Handschuh, Thomas Schwaha, Ana Rubio‑García, Ulrich Gärtner, Martin Glösmann, Anja Taubert and Carlos Hermosilla. (2022). Novel 3D in situ visualization of seal heartworm (Acanthocheilonema spirocauda) larvae in the seal louse (Echinophthirius horridus) by X-ray microCTScientific Reports, 12:14078  https://www.nature.com/articles/s41598-022-18418-y

• Anna Salazar-Casals; Koen de Reus; Nils Greskewitz; Jarco Havermans; Machteld Geut; StellaVillanueva; Ana Rubio-Garcia. Increased Incidence of Entanglements and Ingested Marine Debris in Dutch Seals from 2010 to 2020. (2022) Oceans, Vol 3, Issue 3, 389-400. https://doi.org/10.3390/oceans3030026

• Jörg Hirzmann, David Ebmer, Guillermo J. Sánchez‑Contreras, Ana Rubio‑Garcia, Gerd Magdowski, Ulrich Gärtner, Anja Taubert and Carlos Hermosilla. The seal louse (Echinophthirius horridus) in the Dutch Wadden Sea: investigation of vector-borne pathogens (2021) Parasites & Vectors 14:96 https://doi.org/10.1186/s13071-021-04586-9

• Abbo van Neer, Ana Rubio-Garcia , Stephanie Gross, Anna Salazar-Casals, Alberto Arriba-Garcia2 Peter Wohlsein and Ursula Siebert. An innovative approach for combining marking of phocid seals with biopsy sampling using a new type of livestock ear tags. (2020) Journal of Marine Animals and Their Ecology Vol 12, Issue 1, 2020.

•Anna Salazar-Casals, Klaas Marck, Tijmen de Jong, James Collins, Joost Dorgelo, Pier Prins, and Ana Rubio-Garcia Retrospective study of surgical treatment of refractive osteomyelitis and infectious arthritis in the flippers of seals in The Netherlands. (2020) Journal of Zoo and Wildlife Medicine 51(3), 598-605, (16 November 2020). https://doi.org/10.1638/2018-0221

• Anna Salazar-Casals, Alberto Arriba-Garcia, Antonio A. Mignucci-Giannoni, John O’Connor, Ana Rubio-Garcia. Hematology and serum biochemistry of harbor seal (Phoca vitulina) pups after rehabilitation in the Netherlands (2020) J. of Zoo and Wildlife Medicine, 50(4):1021-1025 https://doi.org/10.1638/2018-0098

• Rubio-Garcia, A., Rossen, JWA., Wagenaar, JA., Friedrich, AW., van Zeijl, JH. Livestock-associated meticillin-resistant Staphylococcus aureus in a young harbour seal (Phoca vitulina) with endocarditis (2019) Veterinary Record Case Reports 7: e000886. https://doi.org/10.1136/vetreccr-2019-000886

• Ravignani A, Kello CT, de Reus K, Kotz SA, Dalla Bella S, Méndez-Aróstegui M, Rapado-Tamarit B, Rubio-Garcia A, de Boer B. Ontogeny of vocal rhythms in harbor seal pups: an exploratory study (2019) Current Zoology, Volume 65, Issue 1, Pages 107–120, https://doi.org/10.1093/cz/zoy055

• Maarten J. Gilbert*, Aldert L. Zomer, Arjen J. Timmerman, Mirlin Spaninks, Ana Rubio-Garcia, John Rossen, Birgitta Duim, and Jaap A. Wagenaar. Campylobacter blaseri sp. nov., isolated from common seals (Phoca vitulina) (2018) International Journal of Systematic and Evolutionary Microbiology. DOI 10.1099/ijsem.0.002742 https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/537778

• Ravignani A*, Gross S*, Garcia M, Rubio-Garcia A, de Boer B. How small could a pup sound? The physical bases of signalling body size in harbour seals. (2017) Current Zoology, 2017, 1–9. Doi: 10.1093/cz/zox026 https://academic.oup.com/cz/article/63/4/457/3603549

• Ulrich SA, Lehnert K, Rubio-Garcia A, Sanchez-Contreras GJ, Strube C, Siebert U. Lungworm seroprevalence in free-ranging harbour seals and molecular characterisation of marine mammal MSP. (2016) International journal for parasitology: parasites and wildlife. Doi:10.1016/j.ijppaw.2016.02.001 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2213224416300062

• Bodewes R*, Rubio García A*, Brasseur SM*, Sanchez Conteras GJ, van de Bildt MWG, Koopmans MPG, Albert D. M.E. Osterhaus, Thijs Kuiken. Seroprevalence of Antibodies against Seal Influenza A(H10N7) Virus in Harbor Seals and Gray Seals from the Netherlands. (2015) PLoS ONE 10(12): e0144899. doi:10.1371/journal. pone.0144899 http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0144899

• Rubio García A, Sánchez Contreras GJ, Juliá Acosta C, Lacave G, Prins P, Marck K. Surgical treatment of osteroarthritis in harbor seals (Phoca vitulina).(2015) Journal of Zoo and Wildlife Medicine 46(3):553-559. http://www.bioone.org/doi/abs/10.1638/2014-0229.1

• Woodman S, Gibson A.J, Rubio Garcia A, Sanchez Contreras G, Rossen J.W, Werling D, Offord V. (2015) Structural characterisation of Toll-like receptor 1 (TLR1) and Toll-like receptor 6 (TLR6) in elephant and harbor seals. Veterinary Immunology and Immunopathology 169, DOI: 10.1016/j.vetimm.2015.11.006 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0165242715300210

• Bodewes R, Sánchez Contreras GJ, Rubio García A, Hapsari R, van de Bildt MWG, Kuiken T, Osterhaus ADME. (2015) Identification of DNA sequences that imply a novel gammaherpesvirus in seals. Journal of General Virology, 96, 1109–1114 DOI 10.1099/vir.0.000029 http://jgv.microbiologyresearch.org/content/journal/jgv/10.1099/vir.0.000029

• Reichel M, Muñoz-Caro T, Sánchez Contreras GJ, Rubio García A, Magdowski G, Gärtner U, Taubert A, Hermosilla C. (2015) Harbour seal (Phoca vitulina) PMN and monocytes release extracellular traps to capture the apicomplexan parasite Toxoplasma gondii. Developmental and Comparative Immunology (2015), doi: 10.1016/j.dci.2015.02.002 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0145305X15000257

• Bodewes R, Hapsari R, Rubio García A, Sánchez Contreras GJ, van de Bildt MWG, de Graaf M, Kuiken T, Osterhaus ADME. (2014) Molecular epidemiology of seal parvovirus, 1988-2014. PLoS ONE 9(11): e112129. doi:10.1371/journal.pone.0112129 http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0112129

• Bodewes R, Rubio García A, Wiersma LCM, Getu S, Beukers M, Schapendonk CME, van Run PRWA, van de Bildt MWG, Poen MJ, Osinga N, Sánchez Contreras GJ, Kuiken T, Smits SL, Osterhaus ADME. (2013) Novel B19-Like Parvovirus in the Brain of a Harbor Seal. PLoS ONE 8(11): e79259. doi:10.1371/journal.pone.0079259 http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0079259

• Bodewes R, Morick D, van de Bildt MWG, Osinga N, Rubio García A, Sánchez Contreras GJ, Smits SL, Reperant LAP, Kuiken T & Osterhaus ADME. (2012). Prevalence of phocine distemper virus antibodies: bracing for the next seal epizootic in north-western Europe. Emerging Microbes and Infections (2013) 2, e3; doi:10.1038/ emi.2013.2 https://www.nature.com/articles/emi20132

Lees verder

Pup roept

Geluid van de zeehond

Kennisbank

Bekijk ook

  • Geluid van de zeehond

  • Hoe communiceren zeehonden?

  • Opname geluid zeehond

  • Zeehonden communicatie

Wetenschappelijk onderzoek naar het vocaal leren van dieren

Gewone en grijze zeehonden behoren tot een speciale groep dieren. Dieren die, net als mensen, het vermogen hebben om hun stem in de loop van hun leven te vormen. Dit noem je ‘vocaal leren’. Ook papegaaien, zangvogels en vleermuizen hebben dit vermogen. Iedereen kent wel het voorbeeld van papegaaien die, wanneer ze door mensen worden opgevoed, menselijke geluiden gaan nadoen. Zeehonden kunnen dit ook! Een goed en heel bijzonder voorbeeld hiervan is een zeehond genaamd Hoover die verbleef in het New England Aquarium in Boston. Hoover werd opgevoed door mensen en leerde praten. Andrea Ravignani doet bij het Zeehondencentrum onderzoek naar het bijzondere spraakvermogen van zeehondenpups als onderdeel van zijn aanstelling bij het Max Planck instituut.

Lees hier meer over zijn onderzoeksgroep.

Onderzoeker Andrea Ravignani

Waarom spreken mensen? En waarom huilen zeehondenpups?

Dr. Andrea Ravignani is een Italiaanse wetenschapper die gefascineerd is door de vraag hoe dieren – en mensen – geluiden leren maken. De antwoorden op deze twee vragen zou nog wel eens verassend dicht bij elkaar kunnen liggen. Zijn team onderzoekt op verschillende manieren hoe dat werkt bij de zeehondenpups die in Pieterburen zijn opgevangen, zonder daarbij het zorgproces te vertragen of verstoren. Dit non-invasieve onderzoek bestaat namelijk onder andere uit het opnemen van de geluiden die de pups maken en ze bloot stellen aan geluiden die ze anders op zee ook te horen krijgen.

Is het je ooit opgevallen hoe baby’s (menselijke pups) beginnen te huilen, vervolgens onduidelijke geluiden maken en hoe dit vervolgens langzaam verandert in taal? Iets soortgelijks gebeurt bij zeehonden. Het geluid of de stem van iedere zeehondenpup is heel anders. De stem van de pups verandert bovendien nog naarmate zij ouder worden. Sterker nog, inmiddels heeft Andrea aangetoond dat gewone en grijze zeehonden lid zijn van een zeer specifieke groep dieren. Dieren die, net als mensen, het vermogen hebben om hun stem in de loop van hun leven te vormen. Dit noem je ‘vocaal leren’. Ook papegaaien, zangvogels en vleermuizen hebben dit vermogen.

Een goed en heel bijzonder voorbeeld hiervan is een zeehond genaamd Hoover die verbleef in het New England Aquarium in Boston. Hoover werd opgevoed door mensen en leerde praten. Het is wekelijk ongelofelijk wanneer je dit beluistert. Op YouTube kun je horen hoe dat klinkt in het fragment “Hoover the Talking Seal”. Zeehonden leren dus geluiden maken via imitatie van soortgenoten, waarna ze er een heel eigen geluid van maken. Ze zijn daarmee misschien wel de diersoort die het dichtst bij ons staat wat betreft ‘vocale imitatie’.

Het onderzoek van Andrea en zijn team is om twee redenen belangrijk: Aan de ene kant helpt het ons een beter begrip te krijgen van zeehonden en wat belangrijk voor hen is in de eerste fase van hun leven. Aan de andere kant geeft het ons een kijkje in de evolutie van de mens. Menselijke evolutie is namelijk heel moeilijk te reconstrueren zonder een tijdmachine, met name wat betreft de ontwikkeling van eigenschappen die zich in de loop der jaren ontwikkelen, zoals spraak en taal. Om deze communicatie nu bij zeehonden te bestuderen is een compleet nieuw veld van onderzoek, wat nu al heeft geleid tot bijzondere resultaten.

Bijzondere resultaten vocaal leren

December 2018 – Zeehondenpups communiceren als mensen

In december 2018 publiceerde Dr. Andrea Ravignani over zijn ontdekking dat zeehondenpups hun communicatie afstemmen op basis van het geluid van andere pups. Gevoel voor ritme en timing is nog nooit eerder aangetoond bij zeehonden. Dit onderzoek geeft een inzicht in de evolutie van vocale communicatie van zowel zeehonden, maar ook mensen.

Onderzoek van dr. Andrea Ravignani voerde dit onderzoek uit vanuit het Artificial Intelligence Lab van de Vrije Universiteit Brussel in het Zeehondencentrum Pieterburen. Het toonde voor het eerst aan dat zeehondenpups complex communicatiegedrag vertonen. Hij observeerde dat zeehondenpups het geluid dat maken en vooral het ritme dat ze aanhouden, aanpassen aan datgene wat een andere pup doet. Simpel gezegd: ze maken om de beurt geluid. Hoe simpel dit ook klinkt, het is nog nooit eerder aangetoond bij zeehonden en is kenmerkend voor dieren die er complexe communicatie op na houden. Het onderzoek verscheen in het ‘Journal of Comparative Psychology’.

Ravignani: “Wij mensen beschouwen vaak onze communicatie als iets dat veel complexer is dan dat van andere dieren. Wat we zien bij zeehondenpups is echter verbazingwekkend: zelfs op de leeftijd van 4 weken lijken ze al een zeer precieze en flexibele timing in hun communicatie te vertonen, in zekere zin behoorlijk vergelijkbaar met de afwisseling die we zien in menselijke gesprekken of in een muzikale canon. ”

De ontdekking sluit goed aan bij wetenschappelijk werk dat door het Zeehondencentrum werd gedaan aan het gedrag van moeders en pups in het wild. Hieruit blijkt dat pups bij meerdere moeders zogen. Het is dus belangrijk dat pups “opvallen” tussen soortgenoten en daarom hun roep aanpassen.

Ravignani: “Deze bevinding was vrij onverwacht en in eerste instantie zelfs contra-intuïtief. Communicatie bij Gewone zeehonden is namelijk meestal verticaal, dus tussen moeder en pups en niet tussen pups en pups. Wat we hier echter zien, is horizontale communicatie: het ritme van de ene pup bepaalt de ritmes van een andere pups. En hoewel dit verrassend is binnen de klassieke kennis van moeder-pup interactie van Gewone zeehonden, sluiten mijn bevindingen goed aan bij het gedragsonderzoek dat het Zeehondencentrum met Universiteit Groningen uitvoert. “

Het onderzoek was onderdeel van een 2-jarig onderzoeksprogramma dat Ravignani uitvoerde met behulp van een Marie-Curie beurs.

Okotober 2021 – Zeehonden en de evolutie van menselijke spraak

Zeehonden zijn goed in geluiden leren. De ‘pratende zeehond’ Hoover kon zelfs menselijke spraak nadoen. Maar kunnen jonge zeehonden hun geluiden al aanpassen aan de omgeving? Onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, de Vrije Universiteit Brussel en het Zeehondencentrum Pieterburen bestudeerden zeehondenpups van een paar weken oud. Als de zeehondenpups hardere omgevingsgeluiden hoorden riepen ze zelf met een lagere toonhoogte. Zeehonden zijn daarmee heel geschikt voor onderzoek naar de evolutie van menselijke spraak.

De zeehond Hoover was als pup in huis gehaald door een Amerikaans gezin. Ook nadat hij al naar een aquarium was verhuisd bleef hij menselijke spraak nadoen: hij blafte met zijn barse stem naar bezoekers (“Come over here”). Zeehonden behoren dan ook tot de kleine groep zoogdieren die geluiden kunnen leren nadoen, ook wel ‘vocaal leren’ genoemd.

Het is helemaal bijzonder als dieren de toonhoogte van hun stem kunnen aanpassen: een belangrijke eigenschap van het menselijk spraakvermogen. Senior onderzoeker Andrea Ravignani vertelt: “Door deze bijzondere zoogdieren te bestuderen hopen we uiteindelijk beter te begrijpen hoe mensen spraak hebben ontwikkeld en waarom we zelf zo’n spraakzame diersoort zijn”. Wat Ravignani en zijn collega’s vooral wilden weten: zouden zeehonden hun toonhoogte al vanaf jonge leeftijd kunnen aanpassen?

Geluiden van de Waddenzee

De onderzoekers besloten acht zeehondenpups van 1 tot 3 weken oud te bestuderen. De zeehonden verbleven al in zeehondencentrum Pieterburen om aan te sterken. Na 2 tot 3 maanden in de opvang werden ze in het wild vrijgelaten. Om te onderzoeken of de zeehondenpups hun geluiden konden aanpassen aan omgevingsgeluid maakten de biologe eerst opnamen van natuurlijke omgevingsgeluiden van de Waddenzee. Deze geluiden werden een paar dagen lang in het verblijf van de zeehonden afgespeeld, op drie verschillende geluidsniveaus (van geen geluid tot 65 dB). De toonhoogte van de omgevingsgeluiden was vergelijkbaar met die van de zeehondengeluiden. De onderzoekers maakten ook opnamen van de zeehondengeluidjes. Zouden de pups zich aanpassen aan het omgevingsgeluid en hoger of lager gaan roepen?

Bij hardere omgevingsgeluiden riepen de zeehonden met een lagere toonhoogte. Bij de hardste geluiden bleef hun toonhoogte ook het meest stabiel. Eén zeehond vertoonde ook duidelijk het ‘Lombard’ effect: hij ging harder roepen bij harder omgevingsgeluid. Dit effect is ook typisch voor menselijke spraak: mensen gaan harder praten als er omgevingslawaai is, zodat ze beter te verstaan zijn. Maar de zeehonden riepen niet vaker of langer bij de verschillende geluidsniveaus.

Hersenbanen

Ook heel jonge zeehonden kunnen dus hun geluiden al aanpassen aan de omgeving door op een andere toonhoogte te roepen. Dat vermogen delen ze met mensen en vleermuizen, en is dus bijzonder voor een zoogdier. Andere dieren roepen in vergelijkbare experimenten alleen harder.

“De zeehondenpups hebben een veel betere controle over hun vocalisaties dan we dachten”, zegt Ravignani. “En ze hebben al controle over hun stem als ze nog maar een paar weken oud zijn. Dat is uniek in de dierenwereld. We dachten dat alleen mensen een directe verbinding hadden tussen de hersenschors en het strottenhoofd. Maar zeehonden lijken deze verbindingen dus ook te hebben. Dat brengt ons weer een stap dichter bij het ontrafelen van het mysterie van menselijke spraak.”

Dierenarts en onderzoeker bij zeehondencentrum Pieterburen Anna Salazar Casals voegt daaraan toe: “Als opvang werken we graag mee aan onderzoek, om de dieren beter te begrijpen en ze nog beter te kunnen beschermen. Deze nieuwe inzichten kunnen we bijvoorbeeld gebruiken bij het opzetten van nieuwe opvangfaciliteiten of bij het bepalen waar rustgebieden in het wild aan moeten voldoen.”

April 2022 – Anatomische studie bevestigt: zeehonden leren geluiden maken

Zeehonden klinken soms groter of kleiner dan je zou verwachten op grond van hun lichaamsgrootte. Komt dat door hun vocale talenten of door een anatomische aanpassing? Een internationaal team onder leiding van wetenschappers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen onderzocht de anatomie van het zeehondenstrottenhoofd, die precies bleek te passen bij hun lichaamsgrootte. Volgens de onderzoekers kunnen zeehonden nieuwe geluiden leren maken door hun vocaal leervermogen en hersenen, niet door hun anatomie.

De meeste dieren maken geluiden die passen bij hun lichaamsgrootte. Een groter dier zal lager klinken omdat het strottenhoofd langer is: het met lucht gevulde kanaal in de hals waarin de stembanden zich bevinden. Maar zeehonden klinken niet altijd zoals ze eruit zien. Soms klinken ze lager en dus groter, bijvoorbeeld om indruk te maken op een rivaal. Of hoger en dus kleiner, bijvoorbeeld om meer aandacht van hun moeder te krijgen. Zijn deze dieren goed in het leren van geluiden (vocaal leren) of heeft hun strottenhoofd zich aangepast om flexibeler te kunnen zijn?

Zeehondencentrum Pieterburen

Om deze vraag te beantwoorden werkten promovendus Koen de Reus en senior onderzoeker Andrea Ravignani van het MPI samen met onderzoekers van Zeehondencentrum Pieterburen. Het team mat de strottenhoofden en lichaamsgrootte (lengte en gewicht) van 68 jonge zeehonden (tot 12 maanden oud), die gestorven waren voor of na een reddingspoging. De onderzoekers analyseerden daarnaast eerder opgenomen zeehondengeluiden en bevestigden daarmee het grote bereik in toonhoogte van de zeehond.

De Reus en Ravignani vonden dat de lengte van het zeehondenstrottenhoofd precies paste bij hun lichaamsgrootte. Er waren dus geen anatomische verklaringen voor hun vocale talenten. Volgens de onderzoekers kan alleen het vocale leervermogen van zeehonden verklaren waarom ze niet altijd klinken zoals ze eruit zien.

Vocaal leervermogen

“Dieren met vocaal leervermogen zullen anders klinken dan verwacht op basis van hun lichaamsgrootte, maar de lengte van hun strottenhoofd past wel bij hun lichaamsgrootte. Deze gecombineerde akoestische en anatomische gegevens kunnen ons helpen om meer van dit soort dieren te vinden”, zegt de Reus. “Het bestuderen van meerdere diersoorten met dit vermogen gaat ons ook helpen bij het vinden van de biologische basis van vocaal leren. En mogelijk geeft het ook inzicht in de evolutie van complexe communicatiesystemen zoals spraak”.

“Hoe meer we zeehonden onderzoeken, hoe meer we zien dat ze ons iets kunnen vertellen over het menselijke spraakvermogen”, voegt Ravignani toe.


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Geschiedenis van zeehonden

Kennisbank

Wist je dat er in Nederland werd gejaagd op zeehonden*? Eeuwenlang werden zeehonden al gedood voor hun vacht en vlees, maar er kwam een moment dat er zelfs premies werden betaald voor het simpelweg doden van deze dieren. We kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen, maar pas na 1962 werd de zeehondenjacht officieel verboden en kreeg de zeehond juist een beschermde status. Op deze pagina lees je meer over de geschiedenis van zeehonden in Nederland en hoe ons beeld van de zeehond gedurende de eeuwen is veranderd.

*Het grootste gedeelte van deze geschiedenis gaat over de gewone zeehond. De grijze zeehond kwam hoogstwaarschijnlijk al eeuwen niet meer voor in Nederland – tot hun terugkeer in de jaren ’80.

Bekijk ook

De zeehond als bron van voedsel

Tot aan de middeleeuwen toe vingen mensen zeehonden in Nederland voor hun vlees. Ze aten daadwerkelijk zeehondenvlees op! Je kon de zeehonden op de vismarkt kopen. Op de schilderijen van Frans Snijders uit de 17e eeuw krijg je een beeld van hoe zo’n vismarkt er in die tijd mogelijk uitzag. In de 16e eeuw verdween de behoefte om zeehondenvlees te eten, al aten mensen af en toe de lever nog op.

  • Schilderij Frans Snijders 17e eeuw

    Figuur 1

  • Schilderij vismarkt 17e eeuw

    Figuur 1.2

  • Schilderij zeehond 17e eeuw

    Figuur 1.3

Drie schilderijen van Frans Snijders over de vismarkt, uit de 17e eeuw. Kun jij de zeehond(en) op elk schilderij vinden?

De zeehond als visdief

Premiejacht in Zeeland

Aan het einde van de 16e eeuw was er een omslag. Vissers in Zeeland waren van mening dat de zeehond hun concurrent was, want volgens hun aten zeehonden teveel vis op. Om de visserij te beschermen begon Zeeland als eerste in 1591 met het betalen van een premie als je een zeehond had gedood. Het uitdelen van de premies werd bijgehouden. Zo blijkt uit deze documentatie dat tussen 1591 en 1801 meer dan 40.000 zeehondenpremies zijn uitbetaald!

Het stond iedereen vrij om geld te verdienen met het vangen van een zeehond. In Zeeland waren er gespecialiseerde zeehondenjagers. Maar als je als visser toevallig zeehonden in de rivieren of langs de kust tegenkwam, dan kon je ook op ze jagen (zie afbeelding 2). Zelfs eilanders van Schiermonnikoog kwamen helemaal naar Zeeland toe om te premiejagen op zeehonden. Zeeland stopte de zeehondenpremies definitief in 1857.

Prent uit 1582 over zeehonden en tarbotvangst

Prent van zeehonden en tarbotvangst van Adriaen Collaert uit 1582. Links op de prent zie je hoe twee zeehonden worden gevangen. Bron. 

Zeehondenjacht in andere provincies

In 1610 startte Holland (het huidige Noord- en Zuid-Holland) met een premie om zeehonden te bestrijden. De premiejacht was aanzienlijk kleiner: in Zuid-Holland waren in de 12 jaar dat de zeehondenpremie bestond 40 zeehonden gevangen.

In zowel Friesland als Groningen bestond de zeehondenjacht ook. Er werden alleen geen premies voor betaald. In Westernieland, een dorpje dichtbij Pieterburen, woonden vroeger zeehondenjagers. Uit documentatie kwam naar voren dat ze in de periode van 1859 en 1899 tussen de 100 en 250 zeehonden per jaar vingen.

Landelijke zeehondenpremie

In 1900 startte een landelijke zeehondenpremie. De oorzaak was opnieuw door klachten vanuit de visserij. Vissers zagen de zeehond als visdief en vernieler van hun visnetten, hoewel er niet was uitgezocht wat de precieze schade van zeehonden aan de visserij was. Ondanks het ontbreken van bewijs, ging de nationale zeehondenpremie toch door. Zo kreeg je van de regering 3 florijn voor een gedode vrouwelijke zeehond en 2,50 florijn voor een gedode mannelijke zeehond.

Kritiek op zeehondenjacht

Het beeld dat mensen van zeehonden en de zeehondenjacht hadden, stond in deze periode op den duur ter discussie. Eind 1920 werden de tegengeluiden iets harder. Sommige mensen vonden het niet verstandig om in de tijd van de algemene depressie staatsgeld uit te geven voor zeehondenjacht.

 Ook ontstonden er andere inzichten over de natuur en dat dieren ook een indirect nut kunnen hebben. Zelfs “schadelijke” dieren – zoals werd gedacht van de zeehond – hebben hun rol in de natuur. Natuur- en dierenbescherming werd steeds belangrijker gevonden en ook de manier van het doden van zeehonden kreeg kritiek.

Zeehondenjacht met pennen

Maar, dit had nog weinig invloed op de dagelijkse praktijk. Alleen de gruwelijke jacht met pennen stopte op Terschelling. Deze vorm van jacht ging als volgt: een balk met scherpe pennen werd bij de vloedlijn neergelegd. Zeehonden werden vanaf een zandplaat aan het schrikken gemaakt en vluchtten het water in. Daar kwamen ze in de pennen terecht en raakten gewond. Het jagen met een geweer en knuppel was nog steeds toegestaan (zie afbeelding 3).

  • Zeehondenjacht

    Afbeelding 3

  • Zeehondenjacht

    Afbeelding 3

Afbeelding van kinderen die een zeehond knuppelen uit een schoolboekje uit het begin van de 20e eeuw. Foto van plezierjagers met hun geschoten zeehonden. Bron: Zeehondenjacht in Nederland 1591- 1962

De jacht ging door

De premiebetalingen gingen ondanks de kritiek ongestoord door. In de periode van 1900 tot 1942 (met een aantal jaren een stop) werden per jaar tussen de 800 en 1600 zeehonden gedood. In 1942 werd de zeehondenjacht afgeschaft door de Duitse bezetters, maar na de Tweede Wereldoorlog weer hervat. In 1954 kwam zelfs een nieuwe jachtwet waarin alle bestaande regels rondom de jacht kwamen te vervallen: het jachtseizoen gold én voor het gehele jaar én in het hele land.

Zeehondentraan

Net zoals mensen vroeger blubber van walvissen verhitten om walvistraan te maken, gebeurde dit vroeger ook met zeehonden. Door de vetlaag van een zeehond te verhitten ontstond er traan dat mensen op verschillende manieren kon gebruiken. Na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar traan snel weer af. Petroleum werd toen steeds populairder en nam de plek van zeehondentraan in.

Zeehondentraan werd gebruikt voor:

  • Brandstof in lampen
  • Soort olie om eten mee te bakken
  • Invetten van leer om het soepel te houden
  • Grondstof voor margarine en zeep

De zeehond als modetrend

Voor de Tweede Wereldoorlog schoten jagers op jonge en oudere zeehonden. Dit veranderde na de oorlog. Toen werd er vooral gejaagd op jonge zeehonden. De bontindustrie betaalde namelijk veel beter voor een zeehond, dan dat de overheid dat deed. Volgens Groninger Hendrik Teerling uit documentaire Andere Tijden kreeg je 30 tot 45 gulden voor de vacht van een jonge zeehond. Mensen gingen op zeehonden jagen voor de bontindustrie.

Zeehondenbont was in de mode. Nu werd de zeehondenvacht al eeuwenlang gebruikt voor kleding en schoenen. Maar de vraag naar zeehondenbont groeide toen de Groningse bonthandel Van Daal & Meijer (1938 – 1973) in beeld kwam. Na de oorlog kwam de grote doorbraak: het bedrijf had een verwerkingsproces bedacht waarbij de zeehondenvellen niet stijf werden maar soepel en zacht bleven. Door deze voorsprong werden zij een van de grootste zeehondenbonthandelaren ter wereld.

Zeehondenbont

Mevrouw in bontjas van zeehondenvacht, ontworpen door Jacques Fath uit de collectie van Bonthandel Van Daal & Meijer (1950-1954). Bron: Groninger Archieven.

Het aanbod aan zeehondenvacht uit Nederland was niet genoeg. Van Daal & Meijer breidde zich uit met jacht op zeehonden in Canada, Groenland en IJsland (zie afbeelding 5). Daar joegen ze op de klapmuts en de zadelrob. Na het zeehondenjachtverbod in Nederland na 1962 bleven ze doorgaan met jacht op zeehonden in het buitenland tot in de jaren ’70 .

Vangplekken van zeehonden bij Canada, Groenland en IJsland

Kaartje met vangplekken van verschillende soorten zeehonden bij Canada, Groenland en IJsland, afkomstig van Bonthandel Van Daal & Meijer (1950-1954). Bron: Groninger Archieven.

De zeehond als beschermde diersoort

Mensen gingen zich inzetten om de zeehond te helpen. Voordat de jacht op zeehonden stopte was het opvangen van zeehonden al gestart. Gerrit de Haan en Annie de Haan-Langeveld waren de pioniers en richtten als eersten in heel Europa een zeehondenopvangcentrum op (zie video). Dit begon in 1952 op Waddeneiland Texel bij het Texels Museum dat nu Ecomare heet.

Video van Ecomare met videobeelden van  oprichtster Annie de Haan. Bron: Youtubekanaal Ecomare Texel – De Koog.

In begon de familie Wentzel ook met het opvangen van zeehonden. Zij woonden in het dorpje Uithuizen in de provincie Groningen. Na het overlijden van mevrouw Wentzel werd Lenie ’t Hart gevraagd om in 1971 de zeehondenopvang over te nemen. Dat was de start van Zeehondencentrum Pieterburen. De geschiedenis van Zeehondencentrum Pieterburen lees je hier verder.

Zeehondenopvang in Uithuizen

René en Anneke Wentzel in hun achtertuin waar ze zeehonden opvingen in Uithuizen. Bron: Peter Wentzel

Het ging slecht met de zeehond

Het ging erg slecht met de zeehonden toen de zeehondenopvangcentra op Texel en in Uithuizen begonnen. Met een grafiek van de tellingen van zeehonden in de Nederlandse Waddenzee is dat duidelijk te zien. Vanaf het jaar 1900 is te zien dat het aantal zeehonden enorm afneemt: van zo’n 15.000 zeehonden tot zo’n 2.000 zeehonden in 1960. Dat het zo slecht ging met de zeehonden werd in de jaren ‘60 serieus opgepikt door de overheid. Uiteindelijk besloot de overheid om de zeehondenjacht in heel Nederland na 1962 te verbieden. 

Grafiek zeehondenpopulatie 20e eeuw in Nederlandse Waddenzee

Grafiek met het aantal zeehonden in de Nederlandse Waddenzee. De lichtblauwe lijn staat voor de gewone zeehond en vloeit voort uit de donkerblauwe lijn; de oranje lijn staat voor het aantal grijze zeehonden die in de jaren ’80 terugkwam.

Ernstige vervuiling zeewater

Het aantal zeehonden in de Waddenzee bleef laag. Het zeewater was ernstig vervuild en de beroepsvaart en het watertoerisme zorgde voor veel verstoring. Vooral de schadelijke stoffen PCB’s in het water hadden een negatieve invloed op de voortplanting van de zeehonden.

Na een uitbraak van een virus waarbij de helft van de zeehonden overleed in 1988 én in 2002 kregen zeehonden weer de kans om in aantallen te groeien – en dat lukte. Er was nog meer goed nieuws: de grijze zeehond heeft zich in de jaren ’80 opnieuw gevestigd in de Waddenzee. Conclusie: de zeehond heeft een comeback gemaakt!

De relatie tussen mensen en zeehonden is in de afgelopen eeuwen veel veranderd. Het is eigenlijk verbazingwekkend hoe verschillend wij over zeehonden dachten in vergelijking met nu. Door ons beeld te veranderen van de zeehond en ons in te zetten voor zijn bescherming zorgden we als mensen ervoor dat we de zeehond niet verloren in Nederland. Met een blik op de geschiedenis is een ding duidelijk: we moeten ervoor zorgen dat de zeehonden een toekomst houden. We blijven ons dan ook inzetten voor een gezonde zeehond in een gezonde zee. Dag in, dag uit. Doe je mee?

Bronnen:

  1. Zeehondenjacht in Nederland 1591 – 1962. Pieter ’t Hart.
  2. Aflevering Zeehondenjacht van het programma Andere Tijden (2004). https://anderetijden.nl/aflevering/472/Zeehondenjacht
  3. Het begin van de zeehondenopvang op Texel. https://www.ecomare.nl/ontdek-ecomare-op-texel/dieren/zeehonden-bij-ecomare/begin-zeehondenopvang-op-texel/
  4. Reijnders, P. J. H. 1986. Reproductive failure in common seals feeding on fish from polluted coastal waters. Nature 324:456-457
  5. Gewone en grijze zeehond in Waddenzee en Deltagebied, 1960 – 2020. https://www.clo.nl/indicatoren/nl123117-gewone-en-grijze-zeehond-in-waddenzee-en-deltagebied

Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Zeeleeuwen (Otariidae)

Kennisbank

Een familie die erg dicht bij de zeehonden (Phocidae) staat, is de zeeleeuwenfamilie. Ze lijken op het eerste gezicht misschien erg op zeehonden, maar er zijn grote verschillen. Weet jij het verschil? Op deze pagina leer je de familie van de zeeleeuwen wat beter kennen.

Bekijk ook

  • Zeeleeuwen

  • Zeeleeuw op strand

  • Zeeleeuwenpopulatie

Otariidae

De familie van de zeeleeuwen kennen we ook wel onder de naam oorrobben. Deze naam danken ze aan hun oorschelpen. In de wetenschappelijke wereld noemen we deze familie Otariidae. Net als zeehonden behoren zeeleeuwen tot de orde Carnivora, oftewel vleesetende zoogdieren. Beren, leeuwen, wolven en walrussen zijn ook leden van deze orde. Zeeleeuwen zijn vleeseters. Ze jagen in ondiepe kustwateren op vissen, krabachtigen en schelpdieren.

Zeeleeuwen, zeehonden en walrussen worden vaak in een speciale groep zeezoogdieren geplaatst. Deze groep noemen we de vinpotigen (Pinnipedia). Je raadt het misschien al: deze groep krijgt hun naam door de vorm van de poten. Bij deze dieren zijn de poten erg kort, maar met heel erg lange tenen en vingers. Hierdoor lijkt het net of ze vinnen hebben.

Hoe herken je zeeleeuwen?

Zeeleeuwen worden vaak verward met zeehonden. Heb jij een idee hoe je eigenlijk heel makkelijk een zeeleeuw kunt onderscheiden? Hun naam (oorrobben en Otariidae) verklapt het al een beetje: de oren. Je kunt aan de zijkant van hun kop kleine oorschelpen zien uitsteken. Zeehonden en walrussen hebben deze niet; zij hebben gaten als oren.

De lichaamsbouw van zeeleeuwen lijkt wel wat op dat van zeehonden. Ze hebben een lang lichaam met een grote borstkas. Zeeleeuwen zijn over het algemeen wat slanker gebouwd dan zeehonden, met een spitsere kop. De voorpoten van zeeleeuwen zijn een stuk langer dan die van zeehonden.

Zeeleeuwen kunnen een stuk soepeler over het land bewegen dan zeehonden. Ze kunnen namelijk hun achterflippers naar voren vouwen. Door op hun voor- en achterflippers te steunen, kunnen ze gewoon over het land lopen. En wanneer nodig, bijvoorbeeld om te vluchten, kunnen ze zelfs flink hard rennen!

Je kunt bij volwassen zeeleeuwen meestal goed het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zien. De mannetjes zijn een stuk groter, met een erg grote borstkas, dikke nek en grotere kop. Dit duidelijke verschil tussen mannetjes en vrouwtjes noemen we seksueel dimorfisme.

Wist je dat…

Seksueel dimorfisme er bij verschillende diersoorten heel anders uit kan zien? Bij veel vogels zijn de mannetjes heel erg kleurrijk, terwijl de vrouwtjes meer camouflagekleuren hebben. Ook zijn het niet altijd de mannetjes die groter of kleurrijker zijn dan de vrouwtjes. Veel insecten- en spinnensoorten hebben juist grotere, kleurrijkere, of giftigere vrouwtjes.

Vliegend over de zeebodem

Zeeleeuwen zijn ontzettend goede zwemmers. Net als overigens de andere vinpotigen. Ze pakken het alleen net wat anders aan dan de zeehonden en walrussen. Zeehonden en walrussen gebruiken hun achterpoten om vaart te maken en hun voorpoten om te sturen. Zeeleeuwen doen het net andersom.

Zeeleeuwen hebben heel lange voorflippers. In plaats van hun achterflippers, gebruiken ze deze lange voorflippers om vaart te maken. Ze bewegen hun voorpoten op en neer, als een soort vleugels. Door dit te doen, duwen ze zichzelf naar voren door het water. Hun achterflippers gebruiken ze dan om te sturen.

Omdat ze op deze manier zwemmen, zijn zeeleeuwen een stuk wendbaarder dan zeehonden. Maar, ze kunnen niet zo lang en diep zwemmen als zeehonden.

In grote groepen samen

Zeeleeuwen zijn sociale dieren: ze leven vaak in enorme groepen bij elkaar. Deze groepen worden ook wel kolonies genoemd. Tijdens het paarseizoen ligt een hele kolonie vaak samen op de kust. Binnen een kolonie zijn er kleinere groepen die bestaan uit een mannetje en zijn harem. Die harems kunnen soms uit tientallen vrouwtjes bestaan!

Zeker tijdens het jagen zijn zeeleeuwen een stuk socialer dan zeehonden. Zeeleeuwen gaan vaak in groepjes op scholen vissen jagen. Door samen te werken, kunnen ze makkelijk vissen uit scholen vangen. Dit is voor zeehonden, die alleen jagen, veel moeilijker.

Wist je dat…

Sommige zeeleeuwen zó goed zijn in samen jagen, dat andere dieren er ook gebruik van maken? Galápagoszeeleeuwen (Zalophus wollebaeki) gaan tijdens de jacht achter hele scholen vis aan. Dan liggen er ook vaak vogels, haaien en andere zeeleeuwen op de loer. Zodra de Galápagoszeeleeuwen de vissen bij elkaar gejaagd hebben, pakken de andere rovers er snel een paar tussenuit!

Waar leven zeeleeuwen?

In de Stille Oceaan zijn zeeleeuwen redelijk verspreid. Ze leven vooral in tropische en subtropische zeeën (Californië en Galápagos bijvoorbeeld), maar ook in de meer gematigde en sub-Antarctische gebieden (zoals Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland).

Zeeleeuwen paren en krijgen hun pups altijd op land. Daarom zijn er geen soorten die op de Noordpool voorkomen. De enige plekken in de Atlantische Oceaan waar zeeleeuwen leven, zijn het zuidelijkste puntje van het Afrikaanse continent, en langs de Zuid-Amerikaanse kusten. Hier in Europa kun je dus geen zeeleeuwen in het wild zien.

Hoeveel zeeleeuwensoorten zijn er?

De familie van zeeleeuwen (Otariidae) bestaat uit 14 soorten in totaal. Deze worden vaak op basis van hun uiterlijk opgedeeld in 2 groepen. De pelsrobben of zeeberen (Arctocephalinae) zijn iets kleiner en danken hun naam aan de langere vacht rondom de borstkas en nek. Bij deze dieren zie je een extreem verschil in grootte tussen de mannetjes en vrouwtjes (seksueel dimorfisme). Deze groep bestaat uit 8 soorten. De zeeleeuwen (Otariinae) zijn wat groter, hebben een gladdere vacht en hebben een wat minder groot verschil tussen mannetjes en vrouwtjes. Deze groep bestaat uit 6 soorten.

Wist je dat…

Er op het moment van schrijven er in de wetenschap een discussie gaande is over de indeling en benaming binnen de familie van de zeeleeuwen (Otariidae)? Nieuwe analyses hebben laten zien dat de verdeling tussen pelsrobben (Arctocephalinae) en zeeleeuwen (Otariinae) niet meer correct is.

Deze verouderde verdeling wordt echter nog wel vaak gebruikt, omdat het handig is om de familie van de zeeleeuwen op basis van hun uiterlijke kenmerken op te delen. Zodra er een wetenschappelijke consensus is bereikt, zal dit artikel aangepast worden.


Op deze pagina

Arctocephalinae

Noordelijke zeebeer (Callorhinus ursinus)
Zuid-Amerikaanse zeebeer (Arctocephalus australis)
Nieuw-Zeelandse zeebeer (Arctocephalus forsteri)
Kerguelenzeebeer (Arctocephalus gazella)
Galapagoszeebeer (Arctocephalus galapogoensis)
Juan Fernández-zeebeer (Arctocephalus philippi)
Kaapse zeebeer (Arctocephalus pusillus)
Subantarctische zeebeer (Arctocephalus tropicalis)

Otariinae

Stellerzeeleeuw (Eumetopias jubatus)
Australische zeeleeuw (Neophoca cinerea)
Manenrob (Otaria flavescens)
Californische zeeleeuw (Zalophus californianus)
Galápagoszeeleeuw (Zalophus wollebaeki)
Nieuw-Zeelandse zeeleeuw (Phocarctos hookeri)

Lees verder

Lees verder

Walrussen (Odobenidae)

Kennisbank

Een familie die dicht bij de zeehonden (Phocidae) staat, is de familie van de walrus. Qua gedrag en lichaamsvorm lijken ze erg op zeehonden en zeeleeuwen. Toch hebben veel walrussen een heel herkenbaar kenmerk: hun slagtanden. Lees verder om de walrussen wat beter te leren kennen.

Bekijk ook

  • Walrus

  • Walrus op ijs

  • Walrus op sneeuw

Odobenidae

De familie van de walrussen wordt in de wetenschap ook wel de Odobenidae genoemd. Net als zeehonden horen walrussen bij de orde Carnivora, de vleesetende zoogdieren. In deze orde horen ook dieren als wolven, beren en leeuwen thuis.

Walrussen zijn een van de drie leden van de Pinnipedia (vinpotigen). Deze groep zoogdieren is bijzonder, omdat ze een groot gedeelte van hun leven in het water doorbrengen. Hun voor- en achterpoten zijn na miljoenen jaren evolutie in vinnen veranderd, waardoor ze heel goed in het water kunnen bewegen. De andere twee leden van deze groep zijn de zeeleeuwen (Otariidae) en zeehonden (Phocidae).

Deze familie is een beetje bijzonder, want het heeft maar één familielid! Het is misschien een beetje verwarrend, maar de enige soort in de familie van de walrussen (de Odobenidae dus) is de (Odobenus rosmarus). Alle andere soorten zijn helaas al heel lang uitgestorven.

Hoe herken je walrussen?

Walrussen hebben net als de andere vinpotigen een grote, ronde borstkas. Hun achterlijf is relatief klein, waardoor ze een kegelvormig lichaam hebben. Ze hebben kortere voorflippers dan zeeleeuwen. Toch kunnen walrussen hier wel op steunen, zodat ze hun kop en borstkas van de grond af kunnen tillen.

Walrussen hebben een stuk minder vacht dan zeehonden en zeeleeuwen. Bij de volwassen mannetjes lijkt het soms alsof ze helemaal geen vacht hebben. Om warm te blijven, hebben walrussen een dikke laag blubber. Het lijkt vaak alsof walrussen extreem veel kleine vetrollen hebben, met name de volwassenen.

De enige soort die momenteel nog leeft (Odobenus rosmarus), heeft heel herkenbare slagtanden die uit de bovenkaak naar beneden steken. Fossielen van hele oude walrussoorten laten zien dat veel van de uitgestorven familieleden ook slagtanden hadden.

Lopen en zwemmen

Walrussen over land

Walrussen kunnen net als zeeleeuwen hun achterflippers naar voren vouwen. Zeeleeuwen kunnen hierdoor hun hele lichaam van de grond af tillen om te lopen. Dat kunnen walrussen dan weer niet: daar zijn ze te zwaar voor.

Walrussen bewegen over het land door zich met hun voorflippers naar voren te slepen. Daarbij zetten ze zich met hun achterflippers af. De buik komt hierbij niet van de grond, waardoor deze dus over de grond schuift. Op het land zijn wat onhandiger dan zeeleeuwen.

Walrussen in water

De manier waarop walrussen in het water bewegen, lijkt heel erg op hoe zeehonden dat doen. Ze gebruiken hun achterflippers om vaart te maken, maar houden deze niet plat tegen elkaar. Ze peddelen om en om met hun achterflippers terwijl ze het achterlijf heen en weer bewegen.

Graag samen

Walrussen zijn sociale dieren. Op het land liggen ze in heel hechte groepen samen om uit te rusten. Ook in het water zwemmen ze graag in groepjes. Buiten het paarseizoen zullen de mannetjes en vrouwtjes meestal gescheiden van elkaar leven. Walrussen zijn langer zwanger en zorgen een stuk langer voor hun pups dan zeehonden en zeeleeuwen.

Tijdens het paarseizoen komen de verschillende groepjes mannetjes en vrouwtjes bij elkaar in een grote groep. De mannetjes vechten dan met elkaar om een stukje territorium te veroveren. Deze gevechten kunnen er hard aan toe gaan.

Waar leven walrussen?

De enige walrussensoort die nu nog leeft, komt rond de Noordpool voor. Ze hebben ondiep water nodig met een zachte zeebodem om goed te kunnen jagen. Daarom gaan ze meestal niet heel erg ver van de kust af. Walrussen rusten vaak in groepen uit op zandige of rotsachtige kustlijnen, maar ook op het ijs.

Vroeger kwamen walrussen ook een stuk zuidelijker voor. De Archaeodobenus, een oer-walrus, leefde ongeveer 6 miljoen jaar geleden rond Japan. Tegelijkertijd leefde er ook soorten rondom Californië, zoals de Gomphotaria. Het lijkt er wel op dat ze allemaal op het noordelijk halfrond leefden, net als de enige overlevende soort.


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Zeehonden (Phocidae)

Kennisbank

Wat maakt een zeehond een zeehond? Hoe zien zeehonden eruit en weet jij hoe zeehonden verschillen van zeeleeuwen? Hoeveel soorten zeehonden zijn er en waar leven ze? Op deze pagina leer je wat meer over de zeehonden als familie.

Bekijk ook

  • Gewone zeehond - Moeder zoogt pup

  • Gewone zeehond in de Waddenzee

  • Zeehonden

Phocidae

De groep dieren die wij zeehonden of robben noemen, wordt in de wetenschap ook wel Phocidae genoemd.

Pinnipedia (vinpotigen)

Zeehonden zijn zoogdieren die in zee leven, oftewel zeezoogdieren. Ze worden samen met zeeleeuwen en walrussen vaak in een speciale groep zeezoogdieren geplaatst. Deze groep noemen we de vinpotigen (Pinnipedia).

Deze groep krijgt hun naam door de vorm van de poten. Bij deze dieren zijn de poten erg kort, maar met heel erg lange tenen en vingers. Hierdoor lijkt het net of ze vinnen hebben.

Carnivora

Ze behoren tot een orde zoogdieren die voornamelijk vlees eten: Carnivora. In deze orde horen dieren als beren, leeuwen, wolven, zeeleeuwen en walrussen ook thuis.

Wist je dat…

Zeehonden niet al hun tijd doorbrengen in het water? Ze gebruiken het land om te rusten, te paren, of om pups te krijgen. Daarom noemen we ze ook wel semi-aquatisch: half in het water!

Zeehonden zijn vleeseters, dus ze eten andere levende dieren om aan energie te komen. Meestal zijn dit vissen, krabachtigen en schelpdieren. Sommige soorten eten ook hele kleine diertjes zoals krill. Of juist grotere prooien zoals vogels en andere zoogdieren!

Hoe herken je zeehonden?

Je kunt zeehonden deels herkennen aan hun bijzondere lichaamsbouw. Ze hebben een lang lichaam met een brede borstkas en een smalle achterkant. Hierdoor hebben ze een gestroomlijnd, kegelvormig lichaam. Hun poten zijn erg kort en breed, met vliezen tussen de tenen. Zo zijn ze goed aangepast op een leven in het water.

Hoe verschillen zeehonden van zeeleeuwen en walrussen?

Zeeleeuwen en walrussen hebben een vergelijkbare lichaamsbouw en aanpassingen, dus wat maakt zeehonden anders? Allereerst kunnen zeehonden hun achterpoten niet onder hun lichaam te vouwen. Zeeleeuwen en walrussen kunnen dit wel. Zij kunnen op deze manier wat makkelijker op het land “lopen”.

Zeehonden moeten als een soort rups hobbelen om zich over het land te verplaatsen. De manier waarop zeehonden zich op het land bewegen, noemen we ook wel bobberen.

Een ander verschil tussen zeeleeuwen en zeehonden zijn hun oren. Zeeleeuwen hebben kleine oorschelpen. Zeehonden hebben deze niet. De oren van zeehonden zijn gaten aan de zijkant van de kop.

Wist je dat…

De meeste zeehondensoorten groter zijn dan zeeleeuwen en walrussen? De grootste is de zuidelijke zeeolifant (Mirounga leonina). De mannetjes van deze soort kunnen wel twee ton wegen!

Als een vis in het water

Zeehonden zijn erg sterke zwemmers. Dat moet ook wel, want ze brengen heel veel tijd door in het water. Ze kunnen over het algemeen langer onder water blijven dan zeeleeuwen en walrussen. Om bij hun prooi te komen, moeten sommige zeehondensoorten heel diep kunnen duiken.

Een zeehond heeft een bijzondere manier van zwemmen. Om vaart te maken, houden zeehonden de achterflippers plat tegen elkaar aan en bewegen die snel heen en weer. Je zou het kunnen vergelijken met hoe vissen zwemmen. Die slaan kun staart ook heen en weer om door het water te bewegen. De voorflippers van zeehonden zijn een stuk kleiner dan de achterflippers. Ze gebruiken deze ook niet om vooruit te bewegen, alleen om te sturen.  

Wist je dat…

De noordelijke zeeolifant (Mirounga angustirostris) ontzettend diep kan duiken? Ze kunnen meer dan 1500 meter de diepte in duiken. Daar jagen de beesten op inktvissen en andere diepzeedieren. Noordelijke zeeolifanten kunnen ook heel lang hun adem inhouden: bijna 2 uur!

(A)sociaal

De meeste zeehondensoorten leven een solitair bestaan. Dit betekent dat ze bijna alles liever alleen doen. Tijdens het paarseizoen is dat anders. Dan komen ze in grote groepen bij elkaar om te paren en om te verharen. Daarna gaan ze weer hun eigen weg.

Je kunt zeehonden wel in groepjes zien uitrusten op stranden en zandplaten, maar dit doen ze niet omdat ze graag samen zijn. Omdat ze op het land minder behendig zijn, kunnen ze niet wegrennen voor grote roofdieren. Daarom is het op land veiliger voor ze om niet alleen te zijn. Daarnaast is er vaak niet genoeg ruimte om ver uit elkaar te liggen.

Waar leven zeehonden?

Zeehonden komen in alle zeeën op de wereld voor. Ze leven vaak langs kusten of op het pakijs van de noord- of zuidpool. Er is zelfs een zeehondensoort die niet in zee, maar in het Baikalmeer in Rusland leeft! Iedere soort is aangepast aan bepaalde gebieden en geen enkele soort komt over de hele wereld voor.

Wist je dat…

Er in Nederland twee soorten zeehonden voorkomen? De gewone zeehond (Phoca vitulina) en de grijze zeehond (Halichoerus grypus).

Hoeveel zeehondensoorten zijn er?

De zeehondenfamilie (Phocidae), wordt vaak in twee subfamilies opgesplitst: noordelijke zeehonden (Phocinae) en zuidelijke zeehonden (Monachinae). De groep noordelijke zeehonden bestaat uit tien soorten. De groep zuidelijke zeehonden bestaat uit acht soorten. In totaal zijn er wereldwijd achttien verschillende zeehondensoorten.


Op deze pagina

Noordelijke zeehondensoorten

Baardrob (Erignathus barbatus)
Klapmuts (Cystophora cristata)
Zadelrob (Pagophilus groenlandicus)
Bandrob (Histriophoca fasciata)
Baikalrob (Pusa sibirica)
Ringelrob (Pusa hispida)
Kaspische rob (Pusa caspica)
Larghazeehond (Phoca largha)
Gewone zeehond (Phoca vitulina)
Grijze zeehond (Halichoerus grypus)

Zuidelijke zeehondensoorten

Zeeluipaard (Hydrurga leptonyx)
Weddellzeehond (Leptonychotes weddellii)
Krabbeneter (Lobodon carcinophaga)
Rosszeehond (Ommatophoca rossii)
Noordelijke zeeolifant (Mirounga angustirostris)
Zuidelijke zeeolifant (Mirounga leonina)
Hawaïaanse monniksrob (Neomonachus schauinslandi) Mediterrane monniksrob (Monachus monachus)

Lees verder

Lees verder

Carnivora

Kennisbank

Zeehonden behoren tot de orde Carnivora. Dit is een bijzondere groep dieren binnen de klasse Mammalia (zoogdieren). Carnivora zijn zoogdieren die gespecialiseerd zijn in het eten van andere dieren, oftewel vleeseters.

Bekijk ook

  • Zeeleeuw

  • Wasbeer

  • Sneeuwluipaard

Wist je dat…

Als wetenschappers de evolutie van bepaalde soorten bestuderen, helpt het om ze in te delen in categorieën. Deze indeling noemen we classificeren, of taxonomie. De gewone zeehond (Phoca vitulina) wordt bijvoorbeeld zo ingedeeld:

Domein (Eukarya) -> Rijk (Animalia) -> Stam (Chordata) -> Klasse (Mammalia) -> Orde (Carnivora) -> Familie (Phocidae) -> Genus (Phoca) -> Soort (Phoca vitulina)

Voorouders van de Carnivora

Miljoenen jaren geleden, waren dinosaurussen de dominante dieren op aarde. Er waren wel zoogdieren, maar de soorten die we kennen van fossielen waren niet groter dan spitsmuizen. Zij specialiseerden zich in ’s nachts te leven, iets waar zoogdieren tot op de dag van vandaag goed in zijn.

De eerste zoogdieren aten insecten om te overleven. Toen de dinosaurussen massaal uitstierven, was er ruimte voor zoogdieren om zich uit te breiden en verder te ontwikkelen. Zo ontstonden er verschillende zoogdieren met allerlei specialisaties. Een van die specialisaties was het eten van vlees. De Carnivora dus.

Miacis Congitus

De oudste Carnivora-fossielen die tot nu toe zijn gevonden, zijn van de Miacis congnitus. Deze roofdiertjes leken wat op de moderne civetten, met lange, lenige lichamen en lange staarten. Miacis leefde waarschijnlijk in bomen en at kleine ongewervelden, reptielen en vogels. Ze leefden tijdens het late Paleoceen- en vroege Eoceentijdperk (62 – 34 miljoen jaar geleden). Alle moderne Carnivora stammen van deze prehistorische dieren af. Dus ook zeehonden.

Phocidae: de vinpotigen

Wil je meer leren over de evolutie van de zeehondenfamilie? Ga dan naar onze pagina over de evolutiegeschiedenis van de Phocidae.

Hoe herken je Carnivora?

Het zijn zoogdieren

Allereerst zijn de Carnivora zoogdieren (mammalia). Dit betekent dat ze hun baby’s tijdens de eerste levensfase melk voeren.

Ze zijn levendbarend

Alle Carnivora zijn ook ‘levendbarend’. Dit betekent dat ze zich ontwikkelen zich in een placenta binnen de baarmoeder van hun moeder en uiteindelijk “levend” geboren en niet uit een ei.

Grote schedel

Carnivora hebben een vrij grote schedel met een grote schedelpan. Ze hebben grote hersenen en worden als intelligente dieren gezien. De koppen van Carnivora zijn over het algemeen wat ronder dan die van andere zoogdieren. Deze rondere koppen zorgen ervoor dat hun ogen goed geplaatst zijn voor jagen op andere dieren.

Stand van ogen

De vorm en plek van de ogen is daarom opvallend. Carnivora hebben relatief grote ogen die dicht bij elkaar staan. Omdat de ogen allebei naar voren wijzen, kunnen Carnivora zoals zeehonden heel goed perspectief (diepte) zien. Dit is heel belangrijk voor vleeseters. Om op andere dieren te jagen, moeten ze immers kunnen zien hoe ver weg hun prooi precies is.

Scherpe tanden

Maar de makkelijkste manier om Carnivora te herkennen, is aan hun tanden. Omdat Carnivora vlees eten, hebben ze een gebit dat is aangepast aan het doden en eten van dieren. Ze hebben grote, puntige hoektanden en scherpe, gekartelde kiezen. Hiermee kunnen ze spieren en pezen knippen en zelfs botten kraken.

Zelfs zeehondenpups hebben al scherpe tanden

Foto: Martina Zilian

Wist je dat…

Carnivora niet hetzelfde betekent als carnivoor?

Carnivora en carnivoren

Deze twee termen kunnen best verwarrend zijn, want ze lijken heel erg op elkaar. Ze betekenen alleen niet hetzelfde.

De Carnivora zijn een orde zoogdieren die aangepast zijn op het eten van vlees. Om te overleven, moeten ze dieren doden of karkassen vinden. Als er over Carnivora gesproken wordt, gaat het dus over de indeling van deze groep vleeseters ten opzichte van andere zoogdieren. Voorbeelden hiervan zijn wolven, leeuwen en zeehonden.

Maar deze zoogdieren zijn niet de enige dieren die vlees eten. Als een dieet van een dier voornamelijk uit vlees bestaat, hebben we het over een carnivoor dieet. Roofvogels, krokodillen, Tyrannosaurus rex en zeehonden zijn dus allemaal carnivoren.

Hoe kun je leven van alleen vlees?

Voor het eten en verteren van vezelrijke planten (zoals gras) heb je een extreem lang en complex verteringsstelsel nodig. Dit is omdat planten heel moeilijk te verteren zijn en veel tijd nodig hebben. Er zitten ook weinig voedingsstoffen in, dus planteneters zijn bijna constant bezig met eten.

Vlees is daarentegen makkelijk te verteren. Carnivora hebben dus maar heel korte, simpele verteringsstelsels. Vlees is ook heel rijk aan energie en eiwitten, waardoor ze minder tijd hoeven te besteden aan eten dan planteneters.

Maar energie alleen is niet genoeg om te overleven. Zoals je wellicht wel weet, hebben dieren ook vitaminen, vetten en mineralen nodig. Daarom eten Carnivora niet alleen het vlees van hun prooi, maar ook de organen, het vet, de huid en soms zelfs de botten. Daar zitten alle voedingsstoffen in die een dier zich kan wensen. Zeehonden slikken bijvoorbeeld veel van hun prooien in een keer door. Met skelet en al.

Wist je dat…

De zeehond het grootste roofdier van Nederland is?

Eten Carnivora echt alleen vlees?

Niet altijd. Er zijn wel soorten die vrijwel alleen vlees eten, maar er zijn ook Carnivora met een meer gemengd dieet. Toch spreken we dan nog steeds van carnivoren, omdat hun lichamen vooral zijn gespecialiseerd in het verwerken van vlees.

Hypercarnivoren

Als het dieet van Carnivora voor meer dan 70 procent uit vlees bestaat, noemen we dat hypercarnivoren. Ze kunnen ander voedsel slecht of niet verteren. Zeehonden en de andere Pinnipedia zijn hypercarnivoren. Zij eten alleen maar vlees, geen plantaardig voedsel.

Hypocarnivoren

Er zijn ook Carnivora die een gemengd dieet hebben. Als hun dieet voor minder dan 30 procent uit vlees bestaat, dan noemen we dat hypocarnivoren. Vaak eten zij naast vlees ook paddenstoelen en fruit. Hier zitten weinig vezels en veel suikers en eiwitten in, dus ze zijn vrij makkelijk te verteren voor Carnivora. Bruine beren (Ursus arctos) zijn bekende hypocarnivoren. Voor hun winterslaap moeten ze ontzettend veel reserves opbouwen. Daarom eten ze alles wat ze tegenkomen.

Mesocarnivoren

Tussen de hyper- en hypocarnivoren in heb je zogeheten mesocarnivoren. Hun dieet bestaat voor 50 – 70 procent uit vlees. Veel hondachtigen zijn mesocarnivoren. Ze eten vooral vlees, maar kunnen bepaalde planten ook goed verteren zolang er niet te veel vezels in zitten.

Wist je dat…

De reuzenpanda (Ailuropoda melanoleuca) een berensoort is uit de orde Carnivora die vrijwel alleen maar vezelrijk bamboe eet? Als je goed naar de tanden van een reuzenpanda kijkt, zie je wel dat de gekartelde kiezen een stuk platter zijn dan bij andere Carnivora. Dit helpt de panda om de stugge planten te verbrijzelen.

Families in de orde Carnivora

Binnen de orde Carnivora zijn er 16 families en 296 soorten. De families zijn over twee onderordes verdeeld: de Caniformia en de Feliformia.

Caniformia

De onderorde Caniformia bestaat uit negen families:

Feliformia

De onderorde Feliformia bestaat uit zeven families:

  • Felidae (katachtigen)
  • Eupleridae (Madagaskarcivetkatten)
  • Herpestidae (mangoesten)
  • Hyaenidae (hyena’s)
  • Nandiniidae (Afrikaanse palmcivetkat)
  • Prionodontidae (Aziatische linsangs)
  • Viverridae (civetten en genetten)

Wist je dat…

De allergrootste soort binnen de orde Carnivora de zuidelijke zeeolifant (Mirounga leonina) is? Deze zeehonden kunnen ruim 6 meter lang worden en 3.700 kilo wegen!


Op deze pagina

Lees verder

Lees verder

Meld een zeehond. Een zeehond in nood gezien? Bel 0595 526 526 (24 uur per dag bereikbaar). Lees meer.